Archeologisch onderzoek Aartswoud legt middeleeuws verleden bloot

De Westfriesedijk (N239) tussen Winkel en Medemblik heeft in Aartswoud bij de Zuiderzeestraat een T-spliting. In opdracht van de provincie Noord-Holland wordt deze splitsing vervangen door een rotonde (onderdeel van het project N239 Herinrichting Nieuwe Niedorp – Lambertschaag). Een deel van Aartswoud valt binnen een zogenoemde zone waar rekening gehouden moet worden met archeologie wanneer er werkzaamheden zijn. Op die manier kunnen werkzaamheden eventuele archeologische resten niet beschadigen of vernietigen. Daarom onderzocht Archeologie West-Friesland in september en oktober de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden. Er is op diverse plekken gegraven, soms tot wel 2 m diep waarbij veel archeologische overblijfselen werden aangetroffen.

 

Dronefoto van het onderzoek gezien vanaf de Zuiderzeestraat.

 

Deze locatie ligt pal achter de Westfriese Omringdijk. Tot de inpoldering van de Wieringermeer was dit een belangrijke zeedijk en kent eeuwen geschiedenis. Archeologische zaken vielen hier te verwachten. Daarom kon met archeologische resten vooraf rekening worden gehouden en is met behulp van bijvoorbeeld historische kaarten en de geschiedenis van de dijk een voorstudie gedaan.

 

Landverlies en dijkbouw

Uit historische bronnen is bekend dat de bestaande dijk in 1335 is aangelegd als vervanger voor een slechte dijk die een stuk noordelijker lag. Door de nieuwe dijk meer landinwaarts aan te leggen, werd nieuw voorland gecreëerd. Dit voorland was belangrijk om de golfslag van de zee te breken zodat de dijk niet bij elke serieuze storm wegspoelde. Met de aanleg van deze inlaagdijk kwamen oorspronkelijke nederzettingen buitendijks te liggen. Hierdoor waren de inwoners overgeleverd aan de grillen van het oprukkende zeewater. Een bekend voorbeeld is het dorp Gawijzend dat uiteindelijk werd opgegeven en verzwolgen door de Zuiderzee nadat de bewoners naar een nieuwe locatie achter de nieuwe dijk waren vertrokken.

 

Een middeleeuwse kerk?

De huidige Westfriese Omringdijk ligt bovenop een deel van middeleeuws Aartswoud en mogelijk zelfs op het terrein van een oudere kerk. Dit is eerder waargenomen bij inlaagdijken langs de Westfriese Omringdijk zoals Oosterleek en Almersdorp bij Opperdoes. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn brokken tufsteen gevonden die hoogstwaarschijnlijk afkomstig zijn van een middeleeuwse kerk, gebouwd rond 1100. Helaas is tijdens het aanvullende onderzoek geen onomstotelijk bewijs voor de aanwezigheid van deze middeleeuwse kerk geleverd. Menselijke begravingen, losse botten of funderingen van een kerk ontbreken. De gevonden brokken tufsteen kunnen ook van de kerk van Gawijzend komen. Deze verlaten buitendijkse kerk zal lang zichtbaar zijn geweest. Toen de Wieringermeer in 1929-1930 droogviel, werd op de bodem van de zee van de kleine zaalkerk niet meer dan de funderingssleuf teruggevonden. Vermoedelijk hadden mensen uit de omgeving de kerk gebruikt om bouwmaterialen te verzamelen.

Ondanks dat niet direct kan worden aangetoond dat de kerk hier stond, is wel duidelijk geworden dat de Aartswouders in de Late Middeleeuwen op deze plek woonden. Van de bewoning is een huisterp teruggevonden. Deze was opgehoogd met kleibrokken en zoden van veen en omgeven door een brede terpsloot waarin resten van middeleeuwse aardewerk, leren schoenen en uitzonderlijk goed geconserveerde metalen objecten tevoorschijn kwamen.

 

Historische kaart van Jan Cornelisz. Schagen uit 1638. De opgraving ligt bij de rode pijl.

 

Verandering

De sloot rondom de huisterp is vermoedelijk rond 1400 gedempt. Op een aantal locaties zijn aanwijzingen gevonden voor het steken van veen. Dit deed men vooral om turfjes te winnen, de gangbare brandstof van de Westfriese huishoudens in die periode. Daarnaast werd veen gestoken om dijken mee aan te leggen en te versterken. Mogelijk hangen de werkzaamheden samen met de aanleg van de inlaagdijk in 1335. Wellicht is de sloot gedempt als onderdeel van een nieuwe inrichting van dit gebied in de Late Middeleeuwen en bouwde men een nieuwe herberg iets zuidelijker.

 

De herberg

Uit latere periode is bekend dat op de driesprong van de Zuiderzeestraat en Omringdijk eeuwenlang herberg ‘De Roode Leeuw’ stond. De oudste bron over de herberg dateert uit 1676. Hierin wordt melding gemaakt dat de locatie in dat jaar wordt gebruikt door de regenten voor hun vergaderingen. Helaas zijn oudere historische bronnen onbekend.

 

De baksteen funderingen van herberg de Roode Leeuw worden blootgelegd.

 

Van de herberg en hun oudere voorganger(s) zijn funderingen, kelders, waterkelders, en kleivloeren teruggevonden. Bijzonder is dat een deel van de aangetroffen middeleeuwse vondsten wel eens bij een herberg zouden kunnen horen. Zo zijn meerdere bierkannen van steengoed geborgen. Daarnaast is de hoeveelheid insignes van lood/tin ook bijzonder. Insignes zijn draagspeldjes waarvan de afbeelding was doorspekt met symboliek. De insignes vertellen het verhaal van de drager, dat deze bijvoorbeeld pelgrimstocht had volbracht of juist op zoek was naar een nieuwe partner.

 

Uit de terpsloot van de herberg komt een bierkan van steengoed van rond 1400 tevoorschijn.

 

Vurige liefde; het blaasbalg-insigne

Een van de meest bijzondere stukken uit de opgraving is een insigne in de vorm van een blaasbalg met daarop een vrijend paartje. Het object is slechts 3,7 cm lang en weegt nog geen 7 gram. Dit insigne bestaat uit twee losse onderdelen: een bovenzijde in de vorm van een blaasbalg met daarop een tweedimensionale voorstelling van een elkaar vurig liefhebbend stel en een losse onderzijde met twee haakjes. Deze onderzijde is versierd met een uitsparing in driepasvorm in Gotische stijl. Aan de binnenzijde is een decoratief rasterpatroon aangebracht. De bodem kan dus worden losgemaakt en geeft toegang tot de holle binnenzijde. Mogelijk kon de insigne een geurende stof of een verborgen boodschap bevatten.

Blaasbalgen werden in de Late Middeleeuwen vaker in erotische voorstellingen toegepast. De symboliek achter het object is dat de blaasbalg het vuur van de liefde en lust aanwakkert. Zo zijn nog explicietere insignes bekend, waarbij een vrouw een blaasbalg vasthoudt gericht op het geslachtsdeel van een man.

 

Het is voor te stellen dat tijdens bepaalde gelegenheden, bijvoorbeeld tijdens het middeleeuwse carnaval in de herberg, bezoekers dergelijke insignes droegen en verloren. De vondsten zijn een indicatie dat hier op deze locatie in Aartswoud al na 1335 een herberg aanwezig was en het vuur van de liefde hier kon oplaaien.

 

Erotisch insigne met vrijend paar op een blaasbalg, rond 1400.

 

Volgend jaar verder

Het onderzoek heeft sprekende resultaten opgeleverd over het laatmiddeleeuwse verleden van Aartswoud. De voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van de rotonde zijn bijna afgerond. In het voorjaar van 2022 vindt de derde fase van het archeologisch onderzoek plaats. Dit is voorafgaand aan de vervanging van een deel van de huidige dijk aan de oostzijde van de kruising door een fietspad. Hierbij wordt het profiel van de dijk onderzocht.


Meer informatie

Blijf op de hoogte van dit project en de werkzaamheden via www.infoN239.nl.

Alle foto’s Archeologie West-Friesland, vrij van rechten.

Voor aanvullende informatie: Sander Gerritsen, projectleider Archeologie West-Friesland, 06-29310311.