Week 3 (27 t/m 31 mei 2019)

Deze derde week van de opgraving aan de Westerdijk is het perceel ten noorden van de twee dijkhuizen onderzocht (zie week 1 en 2). Dit perceel blijkt, net als het naastgelegen perceel van het tweede dijkhuis, rond 1600 in gebruik te zijn geweest bij een leerlooierij. Hier stond een werkplaats met een grote vierkante leerlooiersbak. De bak had een houten vloer en wanden van houten planken, alles netjes aan elkaar gespijkerd en gebreeuwd. Breeuwen is een techniek uit de scheepsbouw waarbij de kieren tussen planken worden gedicht met natuurlijke vezels (bijvoorbeeld hennep) en pek of teer om het geheel waterdicht te maken. De leerlooiersbak moest kennelijk goed waterdicht te zijn. Rondom de bak is ook nog een houten bekisting opgevuld met grijze klei gemaakt, eveneens met als doel water tegen te houden. Op de houten bak stond een bakstenen opbouw. De bak was grotendeels opgevuld met kalk. Kalk werd in een leerlooierij gebruikt om de huiden te ontdoen van haar en vleesresten. De inhoud stonk nog altijd!

 

Werkplaats leerlooierij.

 

Op het terrein zijn diverse grote kuilen met pulp van houtschors, kalkbrokken, gelooide leersnippers en veel hoornpitten van koeien en geiten aangetroffen. De houtschors werd gebruikt voor het looien van de huiden. De hoornpitten zijn typisch voor leerlooierijen: de huiden werden met een deel van de schedels met horens aangeleverd zodat de leeftijd van de geslachte dieren makkelijk zichtbaar was. Hoe jonger het dier, hoe beter de kwaliteit van de huid en dus ook van het leren eindproduct. Uit de kuilen komen verder voorwerpen die in de leerlooierij zijn gebruikt.

Niet eerder is bij een opgraving in Hoorn een leerlooierij opgegraven. Dankzij de opgraving komen we te weten hoe een leerlooierij rond 1600 functioneerde. Dit moet een vies en stinkend bedrijf zijn geweest, dat niet voor niets zo ver mogelijk van de voorname straten in de stad was gevestigd.

 

Leerlooiersbak met kalk.

 

Weblog week 1 Week 2 Week 4