Naar aanleiding van voorgenomen nieuwbouw is in februari en maart 2003 op de hoek van de Gravenstraat en het Gerritsland, gemeente Hoorn, archeologisch onderzoek uitgevoerd door de Archeologische Dienst, gemeente Hoorn met ondersteuning van Jacobs & Burnier archeologisch projectbureau.

De oudste sporen die hierbij werden aangetroffen betreffen enkele grote langwerpige kuilen en een greppel die geen vondsten bevatten, doch vermoedelijk in de loop van de 15de eeuw zijn ingegraven in de natuurlijke ondergrond. Zowel de ingegraven sporen als het loopoppervlak daaromheen waren bedekt met een aangebrachte laag riet. De exacte functie van de ingravingen is niet duidelijk, maar mogelijk speelden zij een rol bij de waterhuishouding op de locatie.

Tegen het einde van de 15de en begin 16de eeuw werd het terrein opgehoogd met enerzijds een pakket van zavel en klei en anderzijds een dik pakket stadsafval.

Op deze ophogingen werd rond het midden van de 16de eeuw de eerste baksteenbouw gezet, bestaande uit enkele huizen met bijbehorende ton- en waterputten. De huizen werden in de navolgende eeuwen meerdere malen verbouwd terwijl het terrein verder opgehoogd werd.

Hoewel van oud kadastraal kaartmateriaal en foto’s bekend is dat er in de 19de en 20ste eeuw ook bebouwing heeft gestaan zijn hiervan bij het onderzoek geen resten aangetroffen.

Vooral uit het pakket stadsafval en de diverse tonputten is een verscheidenheid aan vondsten verzameld waaronder vooral aardewerk maar ook voorwerpen van leer, hout, glas en metaal zoals fragmenten van gebrandschilderde ramen, bestek en schoenen.


Deze tekst is geschreven door T.Y. van de Walle-van der Woude en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2003.