In opdracht van Stichting Stadsherstel is van 28 oktober tot en met 5 november 2008 op het perceel Koepoortsweg 73 een opgraving uitgevoerd. De aanleiding was de restauratie van het nog bestaande 18de-eeuwse buitenhuis en de nieuwbouw op het onbebouwde erf naast en schuin achter het pand. Het buitenhuis is gelegen aan de Koepoortsweg, één van de toegangswegen tot Hoorn. Deze weg is nooit binnen de stadsomwallingen komen te liggen. Uit kaartmateriaal kan afgeleid worden dat aan deze weg pas in het begin van de 17de eeuw de eerste huizen verschenen, waarna de bebouwing zich geleidelijk verdichtte. Gegoede inwoners van de stad lieten hier buitenhuizen bouwen met in de meeste gevallen een theekoepel op het achtererf aan het water.

Pal naast het buitenhuis werden de funderingen aangetroffen van een eenvoudig huis dat van oorsprong uit de 17de eeuw dateert. Diverse muren, een fundering van een schouw en een waterkelder konden worden blootgelegd. Achter het buitenhuis werd ongeveer een meter onder het huidige maaiveld de oorspronkelijke 17de-eeuwse tuinaanleg teruggevonden. De locaties van de paden tekenden zich in de profielen af in de vorm van banen met schelpengruis. Het betrof een classicistische tuinaanleg in de Vlaams-Hollandse traditie. Vanuit het midden van de achtergevel liep een pad recht door de tuin naar het water de Tocht. Paden dwars op deze hoofdas verdeelden de tuin in rechthoekige plantenbedden. Vermoedelijk is deze tuinaanleg in 1746 verlaten en werd vanaf dat moment een tuin in Engelse landschapsstijl vormgegeven. In dat jaar had Gerard van Hoolwerf het buitenhuis verworven en liet hij het voorzien van een nieuwe voorgevel met zijn alliantiewapen. De monumentale beuk die de tuin nog altijd domineert, heeft een geschatte leeftijd van ongeveer 250 jaar. Waarschijnlijk is de boom tijdens deze verbouwingsfase met nieuwe tuinaanleg geplant.

Geheel achter in de tuin aan het water stond een theehuis. De gevel aan de tuinkant had een bakstenen fundament. De gevel aan de waterkant was gefundeerd op palen in het water. Het theehuis had een rechthoekig grondplan van 5,5 x 4 m. Vanuit het theehuis kon over het water naar de aanvarende boten gekeken worden. Mogelijk is het theehuis in de tweede helft van de 18de eeuw vervangen door een veelhoekige of vierkante theekoepel. Op kaarten (Doesjan 1796 en minuutplan 1823) lijkt dit het geval te zijn, maar sporen van deze nieuwe structuur zijn niet aangetroffen.

Van de gebruikers van het buitenhuis en het theehuis is weinig gebruiksaardewerk teruggevonden. Bij het theehuis werden de fragmenten van een aardewerken tuinvaas uit de 17de/18de eeuw aangetroffen [bij uitwerking blijken dit ornamenten van cementsteen]. Tijdens de opgraving zijn verder diverse beschoeiingen van de Tocht gedocumenteerd. Met name aan het einde van de 16de eeuw is de oever van de Tocht in diverse fasen aangeplempt. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de Tocht in de 16de eeuw en daarvoor een stuk breder is geweest aan de kant van de Koepoortsweg. Bovendien lijken de aangetroffen grondlagen te wijzen op een natuurlijke bedding van het water. Uit historische bronnen is niet eenduidig af te leiden of de Tocht een natuurlijk dan wel gegraven waterloop is. De opgraving verschaft voor het eerst enig inzicht hierin.


Deze tekst is geschreven door Christiaan Schrickx en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2008. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport