Op 4 maart 2010 vond een klein archeologisch onderzoek op het perceel Noorderboerenvaart 26 plaats. Hoewel de resultaten en de vondsten die op deze dag werden gedaan, archeologisch niet spectaculair te noemen zijn, is het onderzoek toch een kleine mijlpaal voor het nieuwe regionale samenwerkingsverband Archeologie West-Friesland. Het is namelijk de eerste opgraving die door Archeologie West-Friesland is verricht.

Het perceel lag al decennia lang braak en vormde de in- en uitrit van het bloembollenbedrijf van dhr. Bot. Op 4 maart werd het terrein bouwrijp gemaakt en inmiddels is een nieuwe woning gerealiseerd. Ondanks de kleine omvang van het perceel werd een archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht vanwege de ligging binnen de historische kern van Enkhuizen.

De Noorderboerenvaart ligt in een gebied dat in de 11de/12de eeuw als veengebied is ontgonnen. Hierbij werd gebruik gemaakt van enkele natuurlijke en gegraven wateren. Een van deze afwateringen was de Enkhuizer Vaart die ten noorden van de Streekweg stroomde. Het gedeelte van deze vaart dat binnen de stad is komen te liggen, is tegenwoordig deels gedempt. De Noorderboerenvaart vormt nog een overblijfsel van de Enkhuizer Vaart. Een van de doelstellingen van het onderzoek was om vast te stellen of deze vaart van oorsprong een breder water is geweest dan de gekanaliseerde vaart binnen de stad. Hiertoe is op het terrein een boring gezet om de bodemopbouw vast te stellen. Aanwijzingen voor een bredere vaart met een overzone blijken echter te ontbreken.

Aan het einde van de 16de eeuw vond de grote stadsuitbreiding van Enkhuizen plaats. Brandt vermeldt in zijn kroniek bij het jaar 1590 dat de Nieuwe Haven, sloten en grachten werden gegraven, alsmede dat het terrein binnen de grachten werd opgehoogd. De bodemopbouw ter plekke van het onderzoeksterrein blijkt relatief eenvoudig te zijn. Op de natuurlijke bodem van lichtgrijze zandige klei ligt een dunne veenlaag, het restant van het dikke veenpakket dat is ontgonnen. Hierop ligt een ophogingspakket van klei dat ten tijde van de grote stadsuitleg is opgeworpen. Vermoedelijk is gebruik gemaakt van opgebaggerd (haven)slib. Deze kleilaag is, op een enkele scherf na, vondstloos.

In de decennia na 1590 werd het nieuwe stadsdeel geleidelijk bebouwd. De oudste kaart waarop de stadsuitleg met enige nauwkeurigheid is weergegeven, is een kaart uit 1634. Op de hoek van de Noorderboerenvaart en de Molenweg staan drie huizen afgebeeld die eind 16de of begin 17de eeuw zijn gebouwd. De onderzoekslocatie is volgens deze kaart nog leeg.

Bij het archeologisch onderzoek zijn enkele muren en een waterkelder van een pand op het perceel Noorderboerenvaart 26 aangetroffen. De sporen en vondsten wijzen op een datering van de bouw omstreeks 1650. Op de kaart in de kroniek van Brandt uit 1666 staat ter plekke van de onderzoekslocatie een gebouwtje getekend. Vermoedelijk zijn van dit pand de funderingen aangetroffen.

Het aangetroffen gebouw besloeg een oppervlakte van 9 meter bij 5,5 meter. Vloerniveaus, haardplaatsen of andere bij het gebouw horende structuren zijn niet aangetroffen, waardoor moeilijk uitspraken over de functie van het pand kunnen worden gedaan. Wel kon worden vastgesteld dat het gebouw in de 18de en 19de eeuw diverse malen is verbouwd. In grote delen van de stad, met name buiten de oudste kern, vond in de 18de en 19de eeuw een kaalslag plaats. Economisch ging het in die periode slecht waardoor de bevolkingsomvang sterk afnam. Het pand Noorderboerenvaart 26 is een van de panden buiten de oudste kern die in die periode aan de sloophamer is ontkomen. Omstreeks 1900 kwam voor het eerst een aaneengesloten huizenrij aan de Noorderboerenvaart tot stand, waar nummer 26 deel van uitmaakte. Enkele oude foto’s geven een beeld van deze bebouwing. In de collectie van de Vereniging Oud Enkhuizen bevindt zich een foto die dateert omstreeks 1945 waarop van links naar rechts de panden Noorderboerenvaart 26, 24 en 22 zijn te zien (zie afbeelding). Uit de foto blijkt dat nummer 26 een eenvoudig gebouw was met één bouwlaag en een schilddak. Dit van oorsprong 17de-eeuwse huis is rond 1975 gesloopt. Uit de oude foto’s blijkt dat de bebouwing aan de Noorderboerenvaart zich kenmerkte door een kleinschalig en landelijk karakter. Het nieuw gebouwde pand in 2010 heeft dit als uitgangspunt genomen waardoor dit karakter tot op de dag vandaag gehandhaafd blijft.


Deze tekst is geschreven door Christiaan Schrickx en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2010. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport