In december 2010 heeft Archeologie West-Friesland op het terrein van het toekomstige theater aan de Hoofdstraat in Bovenkarspel een opgraving verricht. De locatie bevindt zich achter het monumentale oude postkantoor. Het archeologisch onderzoek heeft de resten van een groot boerenerf uit de Bronstijd opgeleverd. Daarnaast zijn sloten en afval uit de periode van de kolonisatie en ontginning van West-Friesland (1150-1250) aangetroffen. Tot slot zijn vondsten gedaan uit de periode van de uitbreiding van de ‘Stede’ Bovenkarspel rond 1550-1650, toen het agrarische landschap werd aangepast aan de behoeftes van een zeevarende stad, de sloten werden dichtgegooid en het terrein werd opgehoogd.

Vlak achter het voormalige postkantoor zijn de paalsporen van een boerderij uit de Midden-Bronstijd (1.500-1.100 v. Chr.) gevonden. Om de boerderij lag een afwateringsgreppel. Tevens zijn kringgreppels opgegraven, ondiepe cirkelvormige greppels van ongeveer 3-4 m doorsnede. Hier binnen stonden waarschijnlijk hooibergen en kleine opslaplaatsen. Eén ronde greppel is groter en dieper, het gaat hier mogelijk om de resten van een crematiegraf. Verder zijn ploegkrassen van een eergetouw in de zandige bodem teruggevonden. Na de Bronstijd was het gebied eeuwenlang onbewoond.

Eind 12de eeuw zijn de kolonisten van het veengebied op de lijn van de huidige Hoofdstraat aangekomen en vestigden hun boerderijen langs deze as. Uit deze tijd zijn achter het postkantoor brede ontginningsgreppels gevonden. Deze hadden een tussenafstand van ongeveer zes meter en lagen haaks op de Hoofdstraat. In de greppels bevond zich afval in de vorm van keramiek geïmporteerd uit het Duitse Rijnland en lokaal gemaakte kogelpotten. De boerderijen lagen vermoedelijk pal aan de huidige weg en konden zodoende niet worden onderzocht. Op het achtererf werd wel een waterput aangetroffen, gemaakt van een oude ton. De duigen van de ton waren verdwenen, alleen de hoepels waren in de bodem achtergebleven. In de put werd een nagenoeg gave kruik van ‘Pingsdorf-aardewerk’ van rond 1200 aangetroffen.

Zoals in heel West-Friesland ging het ook Bovenkarspel in de Gouden Eeuw voor de wind. Alhoewel het geen stad was in de zin van de ommuurde steden als Hoorn en Enkhuizen, kende het toch een bijzondere stedelijke ontwikkeling. Het lintdorp werd steeds intensiever bewoond, er ontstonden veel zijstraten, boerderijen maakten plaats voor indrukwekkende herenhuizen met trapgevels en de ‘Stede’ groef een eigen haven, de Broekerhaven naar de Zuiderzee. De Hoofdstraat en omgeving werden in deze tijd ongeveer met een meter opgehoogd. De opgraving bevond zich in het laatste stuk open land tussen Grootebroek en Bovenkarspel. Sporen van bebouwing zijn daardoor niet aangetroffen, maar wel grote pakketten huisafval waarmee de middeleeuwse kavelsloten zijn gedempt. Onder de keramiek bevindt zich blauw Italiaans aardewerk (berrettino-faience) en fraai versierde borden van Noord-Hollands slibaardewerk.


Deze tekst is geschreven door Michiel Bartels en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2010. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport