Van 23 tot en met 25 april 2012 is door Archeologie West-Friesland een kleine opgraving uitgevoerd op de percelen Westerstraat 222 en Davidstraat 1 in Enkhuizen. De percelen grenzen aan elkaar en bevinden zich op de noordwestelijke hoek van de Westerstraat en de Davidstraat. De Westerstraat is de oudste straat van Enkhuizen en maakt onderdeel uit van de Streekweg, een lint van dorpen dat in de 12de eeuw tot stand is gekomen. Verspreid langs deze weg kan bewoning vanaf de 12de eeuw aanwezig zijn geweest. Het onderzoeksterrein ligt niet binnen de oudste kern van Enkhuizen, maar is binnen de stadswallen komen te liggen bij de grote stadsuitbreiding waarmee de stad in 1590 begon. Waarschijnlijk is de Westerstraat binnen de nieuwe uitleg al snel na 1591 volledig bebouwd. Diverse panden aan de straat dateren nog uit deze tijd. Op de onderzoekslocatie zijn twee smalle huizen gebouwd, zoals blijkt uit de oudste kadastrale kaart van 1823. Achter de panden waren kleine erven aanwezig. In de 19de eeuw zijn deze huizen gesloopt en is een nieuw pand gebouwd dat beide percelen besloeg.

Vlak onder maaiveld waren de muren en gedeeltes van de plavuizen vloeren van de huizen nog aanwezig. De smalle huizen zijn in de 17de, 18de en 19de eeuw diverse malen verbouwd. Inpandig zijn kelders toegevoegd. Achter het hoekpand is een ronde waterput met bakstenen opbouw teruggevonden die niet lang na 1665 is gedempt. Uit de vulling komen namelijk 26 duiten waarvan de jongste in 1665 is geslagen. De put heeft minimaal 47 gebruiksvoorwerpen van keramiek (exclusief tabakspijpen) opgeleverd, waarvan een aantal compleet bewaard is gebleven. Opvallend is dat slechts één Chinees porseleinen kopje is gevonden en dat al het overige materiaal in Nederland is vervaardigd. Hiertoe behoort een aantal voorwerpen van majolica en faience. Een van deze is een kleine plooischotel van faience met Chinese motieven. Een ander object is een bord van majolica met een aan Italiaanse voorbeelden ontleende afbeelding van een putto. Naast keramiek komen uit de put enkele fragmentarisch bewaard gebleven glazen voorwerpen: een kelderfles met loden schroefdop, een wafelbeker, een vlechtwerkbeker, een ‘vetro-a-fili-beker’ en een roemer met braamnoppen. Bij de metalen voorwerpen is een zogenaamde Betty-lamp van messing een fraaie vondst. Dit is een olielampje dat aan de muur kon worden gehangen. De naam is ontleend aan het Duitse woord ‘besser’, wat aangaf dat het een verbeterd model lamp was. Een van de verbeteringen was het aanbrengen van een dekseltje, dat bij het hier gevonden exemplaar ontbreekt. De meest bijzondere vondst uit de put is een complete kokosnoot waarvan het topje is afgezaagd. Uit historische bronnen is bekend dat in de 17de eeuw kokosnoten naar Holland werden meegenomen, maar een complete noot is niet eerder aangetroffen. Mogelijk is de kokosnoot afkomstig uit Zuid-Amerika. De WIC, die in 1621 was opgericht en waarvan een kamer in Enkhuizen was gevestigd, dreef handel op dit werelddeel.


Deze tekst is geschreven door Christiaan Schrickx en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2012. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport