Van 12 tot en met 19 juli 2012 is door Archeologie West-Friesland een opgraving uitgevoerd op het perceel Wortelmarkt 3 in Enkhuizen. Binnen het plangebied werden een huis en garages gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van vier woningen met bergingen. Dit terrein ligt midden in het oude centrum van Enkhuizen op de hoek van de Wortelmarkt en het Verlaat. In deze straten was tot in de 19de eeuw een gracht aanwezig. In de loop van de 15de of begin van de 16de eeuw werden waarschijnlijk voor het eerst huizen aan deze gracht gebouwd. Op de bekende kaart van Jacob van Deventer uit circa 1560 wordt een aaneengesloten bebouwing weergegeven. Dat is ook het geval op de diverse 17de-eeuwse stadskaarten. De oudste kadastrale kaart uit 1823 laat zien dat de huizen op het terrein zijn gesloopt. Enkhuizen maakte vanaf de tweede helft van de 17de eeuw een economisch verval door. Het inwonersaantal daalde en veel huizen werden gesloopt. De percelen op de hoek van de Wortelmarkt en het Verlaat waren nu samengevoegd tot een groot perceel dat werd gebruikt als boomgaard.

Bij de opgraving kon worden vastgesteld dat het terrein voor het eerst in de 15de eeuw is opgehoogd met organische grond. Hieruit is een kleine hoeveelheid vondstmateriaal verzameld. Bij de ophoging is gebruikt gemaakt van houten schotten, een methode die op diverse locaties in Enkhuizen in de 15de en 16de eeuw is toegepast. Eén van deze schotten is bij de opgraving aangetroffen. Vervolgens is het terrein een tweede maal opgehoogd met een dik pakket klei om het geschikt te maken voor bebouwing. Enkele fraaie vondsten zijn een kleine grape (hoogte 7 cm), een terracotta beeldje van het Christuskind en een houten lepel. De grape is van roodbakkend aardewerk en zowel in- als uitwendig volledig bedekt met een witte sliblaag en loodglazuur zodat een gele kleur is verkregen. Het vondstmateriaal wijst uit dat de ophoging in het tweede kwart van de 16de eeuw heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat omstreeks 1550 voor het eerst huizen op het terrein zijn verschenen.

Het stadsdeel in de omgeving van de Wortelmarkt en het Verlaat is een laag gelegen gebied binnen de binnenstad van Enkhuizen. Dit is van oudsher het geval geweest en de bewoners zullen dan ook gedurende al die eeuwen regelmatig wateroverlast hebben gehad. Bij de opgraving bleek dat deze situatie van invloed is geweest op de wijze waarop de huizen hier zijn gebouwd. Voorraadkelders en beerputten ontbraken volledig. Indien deze waren gemaakt, hadden deze continu vol water gestaan. Verder bleek dat de huizen in de 18de of begin van de 19de eeuw grootschalig zijn gesloopt, zoals ook op andere terreinen in Enkhuizen vaak het geval is. De bakstenen van funderingen en bakstenen of plavuizen van vloeren werden als bouwmateriaal verwijderd om elders te worden hergebruikt. Zelfs puin bracht nog wat geld op als verhardingsmateriaal voor wegen en dijken. Het gevolg is dat erg weinig sporen van de bebouwing zijn aangetroffen. Slechts enkele muurtjes en een restant van een plavuizen vloer resteerden. De bebouwing zoals die op de 16de– en 17de-eeuwse stadskaarten is te zien, valt niet meer te reconstrueren. Kelders, beerputten en zelfs waterputten ontbraken, waardoor weinig vondsten zijn gedaan die aan de bewoners van de huizen zijn te koppelen. Verspreid over het terrein zijn enkele voorwerpen van de bewoners aangetroffen. Het meest bijzonder is een voorwerp dat tot het kinderspeelgoed behoort, namelijk een messing affuit voor een kanon uit de 18de eeuw. De weinige sporen en vondsten maken duidelijk dat we met zeer eenvoudige bebouwing van doen moeten hebben gehad.

Bij de opgraving is tot slot geheel aan de straatkant een zwaar ijzeren trekanker van de kademuur aangetroffen. De kademuur zelf viel buiten het opgravingsterrein en ligt onder de huidige stoep.


Deze tekst is geschreven door Christiaan Schrickx en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2012. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport