In juni 2013 is aan de Spanbroekerweg 120 in Spanbroek een opgraving uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn niet alleen resten van twee middeleeuwse boerderijen gevonden, ook delen van de 17de-eeuwse stolpboerderij kwamen aan het licht.

Het perceel aan de Spanbroekerweg werd vermoedelijk vlak na de middeleeuwse ontginning in de 12de eeuw in gebruik genomen als akker en/of weideland. De oudste fragmenten aardewerk die op het terrein zijn aangetroffen, hadden een einddatering aan het einde van de 12de eeuw. Een aantal (paal)kuilen vormt mogelijk de resten van een boerderij die hier in de opvolgende periode stond. Omdat alleen duurzaam materiaal (hout, vlechtwerk, leem) werd gebruikt, is nagenoeg alles vergaan. De boerderij had de lange zijdes parallel aan het lint. De ingangen bevonden zich aan de korte zijdes. Gezien de kleine hoeveelheid vondsten zal deze boerderij niet lang dienst hebben gedaan.

In de tweede helft van de 13de eeuw wierp men in minimaal twee fasen een terp op. Bovenop elke ophoging was een laag zichtbaar die gelijkenissen vertoonde met vloerlagen van andere middeleeuwse vindplaatsen, maar haarden, paalkuilen of andere sporen die een echte woonstructuur zouden kunnen vormen, ontbraken binnen deze niveaus. Pas nadat men het terrein aan de oostzijde uitgebreide, bouwde men weer (herkenbaar) een boerderij. Uit deze fase stamde een deel van een plattegrond die mogelijk gelijkenissen vertoonde met de oudere plattegrond van vóór de terp. De breedte van het huis op de terp bedroeg minimaal 9,5 m. De lengte kon niet worden achterhaald.

Wat er in de periode na de laatmiddeleeuwse bewoning op de terp gebeurd, is onduidelijk. Het vrijwel ontbreken van vondstmateriaal uit de 14de en 15de eeuw is een fenomeen dat regelmatig wordt waargenomen in oostelijk West-Friesland. Het is nog niet duidelijk of dit ook daadwerkelijk te maken heeft met het ontbreken van bewoning uit die tijd, of dat het meer een gevolg is van de herkenbaarheid, het soort sporen en de omgang met afval in deze periode. Opvallend genoeg blijkt uit historische bronnen geen demografische neergang, maar eerder een toename van de bevolking vanaf de Late Middeleeuwen.

De bewoning keert met de bouw van de stolpboerderij op het perceel weer tastbaar terug. Wanneer dit precies gebeurde, is onduidelijk. Het vondstmateriaal uit een waterput waarvan wordt vermoedt dat deze in gebruik was vóór de bouw van de stolp, dateert uit de periode 1625-1675. De stolp zou dus gebouwd kunnen zijn in de tweede helft van de 17de eeuw. Mogelijk heeft de bouw van de boerderij pas plaatsgevonden na 1680. In de 18de of vroege 19de eeuw wordt de stolpboerderij ingrijpend verbouwd, waarschijnlijk met primair doel om de koeienstal te vergroten. Aan de hand van de archeologische resten in combinatie met de kadastrale gegevens uit de 19de eeuw is gepoogd een reconstructie te maken van de stolpboerderij door de tijd.


Deze tekst is geschreven door Sander Gerritsen en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2013. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport