Voor de herinrichting van de Zuiderkerk in Enkhuizen moet in het noordtransept een nieuwe fundering worden gelegd. Daarvoor werden alle grafzerken tijdelijk verwijderd. Direct onder de hardsteen grafzerken bleek een omvangrijke hoeveelheid menselijke begravingen te liggen. In augustus 2013 werden deze onder leiding van Archeologie West-Friesland en fysisch antropoloog dr. Constance van der Linden onderzocht. De NJBG hielp mee met het vele troffelwerk.

De begravingen kunnen worden gedateerd in de 18de en begin 19de eeuw tot 1829. In totaal werden 32 skeletten opgegraven, waarvan zes van volwassenen. Uit knekelkuilen kwamen veel botten en schedels tevoorschijn. Het onderzoek concentreerde zich echter op de begravingen. Opvallend is dat vooral zeer jonge kinderen zijn gevonden. De jongste was een vermoedelijke twee maanden te vroeg geboren tweeling. Deze neonaten waren samen in een houten kistje begraven. Beide waren omhuld door een doodshemdje dichtgemaakt met speldjes. Tevens werden zuigelingen van enkele maanden oud, baby’s van 1-2 jaar oud en peuters van 3-4 jaar oud gevonden. Ook werden oudere kinderen gevonden. Bij drie van de kindjes werd Engelse ziekte geconstateerd, veroorzaak door een vitamine D gebrek vanwege weinig zonlicht. Daarnaast kwam zowel bij de ouderen als bij de kinderen erg vele cariës, tandrot, voor. Vermoedelijk is dit te wijten aan het suikerrijke dieet gecombineerd met een slechte hygiëne. De oudste begraven man was rond de 50 jaar, de oudste vrouw rond de 45 jaar. De gemiddelde leeftijd was 3,5 jaar. De sterfte kan samenhangen met de vele epidemieën die Enkhuizen in de 18de en 19de eeuw troffen. In 1726/27 was er een grote dysenterie aanval, in 1774 brak de tyfus uit. Cholera en malaria kwamen regelmatig voor in de stad. Mogelijk valt het hoge aantal kleine kinderen in het grafveld uit en van deze epidemieën te verklaren.

Bij een volwassen dame werd een koperen of messing hoofdsieraad gevonden. In een van de knekelkuilen kwam textiel tevoorschijn, een kleurig geprinte sits. De diepere lagen zijn niet onderzocht maar in de bodem behouden gebleven. De losse beenderen zijn in de ondergrondse verwarmingskanalen uit de 20ste eeuw herbegraven.


Deze tekst is geschreven door Michiel Bartels en Constance van der Linde (Tot op het Bot) en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2013. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport