Op de hoek van de Burgwal en Oranjestraat in Enkhuizen is in november 2014 een kleine opgraving uitgevoerd. Tot het einde van de 16de eeuw maakte het terrein onderdeel uit van het weidegebied buiten de stad. De weilanden werden begrensd door sloten, die tijdens de ontginning van het gebied in de 12de eeuw zijn gegraven. Twee van deze slootjes zijn tijdens het onderzoek teruggevonden. Ze zijn waarschijnlijk al gedempt in de late Middeleeuwen.

In 1590 is de locatie onderdeel geworden van de stad Enkhuizen. Op deze plek hebben in het verleden nooit huizen of andere gebouwen gestaan; hier lagen de erven achter de huizen van de Burgwal. Uit de opgraving blijkt dat het terrein pas rond 1625 is opgehoogd. Deze ophoging hangt samen met de bouw van huizen langs de Burgwal. Uit de ophogingslaag komt een kleine hoeveelheid afval, waaronder scherven van aardewerk en tabakspijpen. Bijzonder is ook de vondst van enkele (tropische) schelpen.

Gelijktijdig met de ophoging is een nieuwe brede sloot aangelegd als afwatering van de erven. De erven werden gebruikt als tuinen en om afval te storten. Uit enkele afvalkuilen komen voorwerpen van de bewoners van de Burgwal uit de 17de en 18de eeuw.

Meest verrassende resultaat van de opgraving is dat zich op het diepste niveau sporen uit de Bronstijd bevonden. Buiten Enkhuizen zijn sporen uit deze tijd op diverse locaties aangetroffen, maar in het centrum van Enkhuizen zijn deze niet eerder gevonden. Op andere locaties in de binnenstad was de natuurlijke bodem in de Bronstijd te laag en te nat om te gebruiken. Bij de Burgwal lag de natuurlijke bodem hoger en bestond deze uit zand in plaats van klei. In deze zandige ondergrond tekenden zich zeer duidelijk ploegkrassen af. Verder zijn een greppel en paalkuilen gevonden die samenhangen met bewoning.


Deze tekst is geschreven door Dieuwertje Duijn en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2014. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport