In augustus is voor het eerst een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het dorp Beets in de Gemeente Zeevang. Aanleiding was de sloop van een huis met de bijbehorende schuren en de nieuwbouw van vier starterswoningen. Het onderzoeksgebied ligt binnen het historische dorpslint van Beets, net ten oosten van de Hervormde kerk en ten noorden van de Korsloot.

Het dorp Beets is ontstaan langs de dijk aan de noordzijde van de Korsloot. Deze dijk maakt deel uit van de dijk rondom de Beetskoog en dateert waarschijnlijk tussen 1344 en 1388. Een eerste beeld van de bebouwing is zichtbaar op de kaart van de Beemster uit 1644. Voor het onderzoeksgebied gold een hoge verwachting voor bewoningsresten vanaf de 14de eeuw.

Voorafgaand aan de bewoning zijn twee sloten gedempt en is het terrein met circa 50 cm opgehoogd. Bovenop dit pakket zijn de eerste bewoningssporen aangetroffen, bestaande uit een vloerniveau van lichtgrijze klei en eikenhouten poeren met palen van zacht loofhout daaronder. Een aantal poeren bleek vrij diep weggezakt. Om de gevel te herstellen zijn een aantal verschillende technieken gebruikt. Sommige poeren werden opgehoogd met nieuwe eiken planken, anderen werden opgehoogd met kloostermoppen en brokken turf en bij weer andere poeren is eerst opgehoogd met een 20 cm dikke kleilaag voor een nieuwe plank werd neergelegd. In het vloerniveau is aardewerk aangetroffen met een datering tussen 1375 en 1450. Op basis van waarnemingen in het profiel en de oriëntatie van het hout is duidelijk dat er tenminste twee, en mogelijk drie fasen van houtbouw zijn geweest.

Onder de houten poeren is een goot aangetroffen. Hiervoor is een stam van fijnspar in tweeën gekliefd. De stam is vervolgens met een dissel uitgehold en daarna op elkaar gelegd. De goot liep van het zuidoosten naar het noordwesten langzaam naar beneden en hoort bij één van de houten huizen.

Tot de middeleeuwse vondsten behoort een fraaie insigne van een gekroonde vogel in een lood-tin legering. De vogel heeft een halsband om en op de rug is een soort ketting met een oog aanwezig. Helaas is het insigne niet compleet: de poten, snavel en een deel van de kroon ontbreken. Dit soort vogelinsignes wordt gezien als schuttersvogels die gedragen werden door leden van het schuttersgilde. Het vogelinsigne dateert tussen 1375 en 1450.

Uit de 16de eeuw is een keldervloer aangetroffen van tenminste 1,6 m lang en 1,75 m breed met afwisselend oranjerode en gele bakstenen. Aan de westelijke rand van de keldervloer was een goot aanwezig, die deels uit baksteen en deels uit hout bestond. De onderkant van de goot was belegd met ongeglazuurde plavuizen. Verder zijn vier poeren aangetroffen uit de 17de eeuw. In een van de insteken van de poeren is een koperen duit gevonden van de Groninger Ommelanden die dateert tussen 1681 en 1685. In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied zijn ophogingslagen uit de 17de eeuw aangesneden. Hierin is een vrijwel compleet bord van Noord-Hollands slibaardewerk, een roodbakkende olielamp en de bodem van een kom van Portugese faience gevonden.

In het noordelijke deel van het onderzoeksterrein is nog een grote, ronde askuil aangetroffen met veel aardewerk erin. Op een vrijwel compleet Fries majolica-bord is op de spiegel een gekroond en gevleugeld kruis geschilderd. Een compleet faience bord uit Delft is druk beschilderd met bloemen en een derde bord is beschilderd met strooibloemen. In totaal konden 27 objecten worden verzameld. De datering van het aardewerk ligt tussen 1725 en 1775.


Deze tekst is geschreven door Bart ter Steege en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2015. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport