Tot enkele jaren geleden stond op dit perceel een verkrot pand. Dat dit ooit een fraai woonhuis met een trapgevel was, blijkt uit een gedetailleerde tekening van de hand van Cornelis Springer, gemaakt op 19 oktober 1874. Bij een bezoek aan het krot in 2012 bleek dat in het voorhuis nog enkele eiken balken met sleutelstukken met peerkraal aanwezig waren, terwijl zich in het achterhuis oude grenen balken bevonden. Bij de sloop zijn houtmonsters gezaagd uit deze balken. Uit het jaarringonderzoek op deze monsters blijkt dat het de eiken balken uit het voorhuis uit 1553/1554 dateren en de grenen balken uit het achterhuis uit 1603/1604.

In augustus 2015 is gestart met de bouw van een woonhuis op het perceel Westerstraat 3. Tijdens het uitgraven van de bouwput voor de nieuwbouw vond een kleinschalig archeologisch onderzoek plaats. De Westerstraat is de oudste straat van Enkhuizen en het was dan ook niet verwonderlijk dat direct onder maaiveld middeleeuwse resten tevoorschijn kwamen. Deze resten bestonden uit een stookvloer en kleivloeren van een huis uit de late 13de en 14de eeuw. Inpandig is de vloer diverse keren verhoogd, waarbij ook de stookvloer is vernieuwd. Het meest intact was de onderste stookvloer, met een afmeting van ongeveer 1 bij 1,8 meter. In het midden was een driehoekig putje aanwezig, waarin de haardas kon worden verzameld. De stookvloer dateert uit de periode rond 1300 en was gemaakt met grote bakstenen, zogenaamde kloostermoppen, met een lengte van 28 tot 29 cm. Opvallend is dat in de fundering van het gesloopte pand ook veel kloostermoppen waren verwerkt. Het is de eerste keer dat in Enkhuizen zoveel kloostermoppen bij elkaar zijn gevonden, wat doet vermoeden dat al in de late 13de of 14de eeuw een (gedeeltelijk) bakstenen huis op het perceel stond. Dit is bijzonder, want in deze tijd werden vrijwel alle panden nog volledig van hout gebouwd. In de middeleeuwse grondlagen zijn onder meer stukken van een grote maalsteen en stukken van een bronzen kookpot (grape) gevonden. Ook deze vondsten wijzen op rijkdom.

Uit de periode rond 1600 dateert tot slot een voorraadkelder met plavuizenvloer. Deze kelder is in de 18de of 19de eeuw afgebroken en vervangen door een nieuwe kelder, die pas in de 20ste eeuw is dichtgegooid met zand.


Deze tekst is geschreven door Dieuwertje Duijn en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2015. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport