Oudevaartsgat 8

De begeleiding van de aanleg van de vetvangput in Kasteel Radboud.

In februari 2018 is in de kelder van kasteel Radboud aan het Oudevaartsgat 8 in Medemblik de aanleg van een vetvangput archeologisch begeleid.

Het Huis te Medemblik, beter bekend als kasteel Radboud, is ergens tussen 1282 en 1287 gebouwd in opdracht van Floris V, graaf van Holland (1254-1296), om de opstandige West-Friezen onder controle te houden. Over de bouwhistorie van het kasteel is weinig bekend. Het deel van het kasteel waarbinnen de vetvangput is gerealiseerd betreft waarschijnlijk een 14de-eeuwse uitbreiding.

Het kasteel is twee keer grondig gerestaureerd, aan het einde van de 19de eeuw en in de jaren 60 van de 20ste eeuw. Gedurende de laatste restauratie zijn veel aanpassingen aan de kelders gedaan. Tijdens deze restauratie is getracht de kelders te verlagen tot “de oorspronkelijke diepte”. Het is waarschijnlijk dat de huidige vloer dus is aangelegd op het niveau dat de uitvoerders van toen als de originele (middeleeuwse?) diepte hebben geïnterpreteerd. In theorie is de bodem ónder het kasteel dus nog relatief intact. Het is niet bekend hoe diep de archeologie hieronder reikt. Afgezien van een kleinschalig archeologisch onderzoek in de jaren 60, ten tijde van de restauratie, in opdracht van kastelenkundige J.G.N. Renaud is het kasteel nooit eerder op systematisch wijze onderzocht en is er, archeologisch gezien, niets bekend over het kasteel. Een kijk in de bodem van het kasteel kan, zeker inpandig, belangrijke inzichten geven in de (bouw)geschiedenis van het kasteel en de locatie.

Tijdens de inpandige begeleiding zijn een aantal waarnemingen gedaan. Direct onder de huidige tegels en betonnen vloer werd een roodbruine kleiige puinlaag aangetroffen. In deze puinlaag zijn in totaal twee (bijna) complete en negen delen van middeleeuwse bakstenen (kloostermoppen) aangetroffen. Op een aantal stukken baksteen zijn roetsporen aanwezig en op één deel van een kloostermop zijn op de platte zijde twee indrukken van vingers zichtbaar, die gezien de grootte vrijwel zeker afkomstig zijn van een man. Het bouwmateriaal lag niet in verband. De puinlaag bevatte ook kleine stukken leisteen en dierlijk botmateriaal. De fragmenten leisteen hebben waarschijnlijk deel uitgemaakt van de dakbedekking van het kasteel. Onder de verstoorde puinlaag bevond zich waarschijnlijk een oude ophoging. Uit deze begeleiding is gebleken dat de bodem onder de kelder niet dusdanig is verstoord dat de archeologische resten compleet zijn verdwenen. Enkel de eerste 30 cm onder de betonnen vloer blijkt verstoord. De resten van een mogelijke (houten) voorganger van het kasteel kunnen nog in de bodem aanwezig zijn.