Aan de Westerdijk, tussen de Geldersesteeg en ouderenzorgcentrum Westerhaven, is een rij huizen gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Gelijktijdig met een bodemsanering en het uitgraven van de bouwput voor de parkeergarage is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op het terrein was in de 16de en 17de eeuw een leerlooierij gevestigd, waarvan gebouwen, werkplaats, kalkkuip en afvalkuilen zijn teruggevonden. Tussen het afval zijn enkele bijzondere en opmerkelijke vondsten gedaan die te maken hebben met de roerige jaren rond 1572, toen Hoorn de kant van Willem van Oranje in de Opstand tegen Spanje koos.

 

De Westerdijk is een inlaagdijk die rond 1388 is aangelegd even ten westen van het Achterom. De dijk werd de nieuwe westelijke begrenzing van de stad. Op deze dijk was in de 15de eeuw nog geen bebouwing aanwezig. Wel stond er een aantal meelmolens. Aan de dijk grensden percelen van huizen aan het Achterom.

Uit historische gegevens blijkt dat aan de Westerdijk en omgeving vanaf de 16de eeuw meerdere leerlooierijen actief waren. In het kohier van de 10de penning uit 1561, een door de Spanjaarden ingestelde belasting, worden in de omgeving van de Geldersesteeg, de Westerdijk en het Achterom, twee leerlooierijen vermeld.  Even verderop, in de omgeving van de Kuil, stond nog een derde leerlooierij. In totaal waren er vijf leerlooierijen in de stad.

Op de hoek van de Westerdijk en de Geldersesteeg stond een meelmolen. Interessant is dat ene Cornelis Jacobsz Leertouwer deze molen met bijbehorend erf en molenhuis in 1563 kocht. Mogelijk was het doel deze te gebruiken als schorsmolen om eikenschors fijn te malen ten behoeve van een leerlooierij en heeft hij ter plekke op de Westerdijk een leerlooiers- of leertouwerswerkplaats ingericht. In 1585 is sprake van twee nieuwe woningen met een looierij, die we in de omgeving van het Achterom en Westerdijk moeten situeren. In 1631 stond de looierij aan het Achterom er nog altijd. In de omgeving woonden in de 17de eeuw meerdere leertouwers, die de eindafwerking van de gelooide huiden verzorgden zodat deze geschikt waren om te gebruiken door schoenmakers en andere leerbewerkers. De eigenaren van de looierijen worden meestal als schoenmaker aangeduid.

 

In de tweede helft van de 16de eeuw is op de dijk een onderkelderd dijkhuis gebouwd. Op het erf is in deze tijd veel afval beland, waaronder ook materiaal dat op leerbewerking wijst. Tussen het afval zijn onder andere enkele leren boekbanden en ingekraste leistenen gevonden. Van de molen is niets aangetroffen. Wel bevinden zich onder de vondsten enkele graanloodjes, die een bewijs waren van betaling van accijns op het malen van graan.

Rond 1575 is het huis afgebroken en zijn op dezelfde plek twee nieuwe huizen op een hoger niveau gebouwd. Een grote ophoging van de Westerdijk zal de aanleiding zijn geweest, waardoor het huis te diep kwam te liggen. In de jaren rond 1575 vonden nogal wat werkzaamheden in de stad plaats. Hoorn had nog maar enkele jaren daarvoor de kant van Willem van Oranje in de Opstand gekozen en een versterking van de stad was hard nodig. Wallen en dijken werden opgehoogd en nieuwe bolwerken aangelegd. De datering van deze nieuwbouw past zeer goed bij de genoemde historische vermelding uit 1585 waarin sprake is van twee nieuwe woningen met een looierij. Nieuw is in historische bronnen een rekbaar begrip en dat sluit een datering rond 1575 zeker niet uit.

Beide dijkhuizen waren volledig onderkelderd. Doordat de grote kelders al in de 17de eeuw zijn dichtgestort en doordat het maaiveld achter de huizen grootschalig is opgehoogd, waren de muren goed bewaard gebleven in de bodem. Bij afbraak in de 19de eeuw is eenvoudig tot het toenmalige maaiveld gesloopt en is alles onder de grond blijven zitten.

Bij een van beide huizen waren in de achtermuur een dichtgezette deur en twee dichtgezette ramen zichtbaar. De kelder was verdeeld in twee ruimtes. Bijzonder was dat in de doorgang de houten dorpel en afgebroken stijlen van de deur nog aanwezig waren. In de muren was te zien dat de kelder voorzien was van een balkenplafond.

Naast de huizen bevond zich een kleine werkplaats met daar achter een grote vierkante leerlooiersbak. De bak had een houten vloer en planken wanden, alles netjes aan elkaar gespijkerd en gebreeuwd. Op de houten bak stond een bakstenen opbouw. De bak was grotendeels opgevuld met kalk, die in een leerlooierij werd gebruikt om de huiden te ontdoen van haar en vleesresten.

Nabij de leerlooierij lag een grote mestkuil met afval van een schoenmaker of schoenlapper. Een opmerkelijke vondst uit deze kuil is een houten brillenkoker voor twee neusbrilletjes.

 

Op het terrein zijn diverse grote kuilen met pulp van houtschors, kalkbrokken, gelooide leersnippers en veel horens van koeien en geiten aangetroffen. In een van de kuilen lag een eikenhouten blok met snijsporen.

Tussen het afval van de leerlooierij zijn bijzondere vondsten gedaan, namelijk delen van rijkversierde kerkelijke ornamenten van kalkzandsteen uit de 15de eeuw. Een van de stukken is een zuiltje, een tweede stuk is versierd met een hoofdje en nog weer andere stukken hebben architecturale versieringen. De ornamenten zijn mogelijk deels afkomstig van een sacramentshuis, de bewaarplaats van het Heilig Sacrament en liturgisch vaatwerk in het koor van de kerk. Sacramentshuizen waren in de 15de eeuw vaak kleine architecturale bouwsels die tot aan het gewelf van de kerk konden reiken. Aannemelijk is dat het beeldhouwwerk in Utrecht is gemaakt, het belangrijkste centrum voor beeldhouwkunst in Noord-Nederland. Tijdens de Beeldenstorm van 1566 werden veel heiligenbeelden en andere katholieke kunst kapot geslagen. De kerken en kapellen van Hoorn ontkwamen grotendeels aan deze sloopwoede, maar enkele jaren later werden deze alsnog onttakeld. In 1572 koos Hoorn de kant van Willem van Oranje in de Opstand. Het gevolg was dat de kloosters werden opgeheven en de kerken in protestantse handen kwamen. De ambachtslieden die de beelden uit de Grote Kerk moesten verwijderen, sloegen alles aan stukken. Het is goed mogelijk dat de kalkzandstenen ornamenten die bij de Westerdijk zijn gevonden, afkomstig zijn uit de Grote Kerk. Ze werden een grondstof voor kalk en daarvan was in een leerlooierij veel nodig om de huiden te ontdoen van haar en vleesresten.

 

De dijkhuizen zijn lang blijven staan en hebben diverse verbouwingen ondergaan. In de 17de eeuw verschenen meer gebouwen, onder andere een kleine woning aan de Geldersesteeg. Op de erven achter de huizen bevonden zich waterputten en waterkelders. Enkele tonputten horen bij de 19de-eeuwse bebouwing en ook deze hebben opmerkelijke vondsten opgeleverd, waaronder een kroningsbeker van email ter gelegenheid van de kroning van tsaar Nicolaas II van Rusland uit 1896. Deze beker werd tijdens de kroning uitgedeeld en in de verdrukking die ontstond om een beker te bemachtigen, zouden bijna 1400 mensen de dood hebben gevonden. De kroningsbeker wordt daarom ook wel de ‘bloedbeker’ genoemd. Hoe deze in een put in Hoorn terecht is gekomen, is vooralsnog een raadsel.


Deze tekst is geschreven door Christiaan Schrickx en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2019. Op dit moment wordt dit project uitgewerkt. In het rapport zullen de laatste resultaten en conclusies te lezen zijn. Als het project is uitgewerkt, zal het rapport op deze pagina te downloaden zijn.