Wonen of akkeren aan de Koetebuurt

In de vroege ochtend van 2 maart 2018 heeft in het centrum van Oosterend op Texel een forse brand gewoed. Vier monumentale panden op de hoek van de Koetebuurt en Wierstraat zijn hierbij onherstelbaar beschadigd geraakt en moesten worden gesloopt. In opdracht van de Gemeente Texel heeft Archeologie West-Friesland in juni 2019 voorafgaand aan de sanering en de bouw archeologisch onderzoek uitgevoerd op deze locatie.

Het is de eerste keer dat binnen de historische kern van Oosterend een opgraving heeft plaatsgevonden en daarom is relatief weinig bekend over de vroege ontstaansgeschiedenis van het dorp. De kerk, die op een steenworp van de opgraving ligt, dateert in ieder geval in de 11de of 12de eeuw. Het is echter onbekend hoever het dorp zich in deze periode uitstrekte. De werkhypothese voor het onderzoek is dat het middeleeuwse Oosterend bestond uit meerdere ‘buurten’ die ontstaan zijn op natuurlijke hoogten in het landschap en dat deze later zijn opgehoogd en samengegroeid tot een dorpskern zoals is afgebeeld op de 16de eeuwse kaart van Jan van Scorel.

Bij het onderzoek zijn meerdere baksteen kelders uit de nieuwe tijd, afvalkuilen en muurfunderingen aangetroffen. In één van deze kelders zijn onder andere de scherven gevonden van een 17de-eeuwse blauwe kobaltfles die elders in deze kroniek wordt besproken. De sporen van funderingen en kelders lijken niet ouder te zijn dan de 18de eeuw, maar nadere analyse van het vondstmateriaal moet nog volgen.

Aan de zijde van de Wierstraat is een middeleeuwse waterput met een wand van kleizoden ontdekt. Deze bleek gefundeerd op een vierkant raamwerk van hergebruikt hout. Dit hout wordt momenteel dendrochronologisch onderzocht. Uit de Middeleeuwen dateert ook een structuur van gestapelde zoden, mogelijk een hutkom, stal of kelder die is ingegraven in de natuurlijke bodem. Deze bevindt zich deels in het kopse profiel van werkput 1.

Restanten van een akkerlaag met ploegkrassen zijn op dieper niveau gezien evenals enkele greppels die dateren uit de late prehistorie. Nu werd ook duidelijk dat het plangebied wateroverlast heeft gekend. Delen van de akkerlaag zijn in de middeleeuwen overspoeld. Daarna zijn dammetjes opgeworpen en vervolgens is in meerdere fasen een fors ophogingspakket opgeworpen.

Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat de huidige dorpskern van Oosterend in ieder geval in cultuur is gebracht vanaf (late) prehistorie. En hoewel het dorp op een natuurlijke hoogte ligt, was het blijkbaar nodig om vanaf de Middeleeuwen aan waterbeheersing te doen met dammen en ophogingen. De vraag is of hier de vroegste fase van het middeleeuwse Oosterend is gezien? Een middeleeuwse put en hutkom of stal tonen aan dat rond de Koetebuurt wel menselijke activiteit was. De aanwijzingen voor bewoning bepreken zich tot enkele laatmiddeleeuwse paalkuilen in een structuur van een kelder, mogelijk behorend tot een houtbouwfase. De vraag resteert waarom terrein wél is opgehoogd, maar niet al in de middeleeuwen intensief wordt bebouwd. Dit valt ook lastig te beantwoorden, onderzoek in andere buurten van Oosterend kan in de toekomst wellicht wel antwoord daarop geven.


Deze tekst is geschreven door Harmen de Weerd & Sander Gerritsen en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2019. Op dit moment wordt dit project uitgewerkt. In het rapport zullen de laatste resultaten en conclusies te lezen zijn. Als het project is uitgewerkt, zal het rapport op deze pagina te downloaden zijn.