In 2019 heeft op een bijzondere plek in de binnenstad van Hoorn een opgraving plaatsgevonden, namelijk ter plekke van een gat in de bebouwing aan de Nieuwendam. De meeste inwoners van de stad kunnen zich niet anders herinneren dan dat hier midden in de binnenstad een terrein braak ligt. Tot 1942 stonden hier twee markante 17de-eeuwse pakhuizen: De Zeevaart en De Dolfijn, die volgens de jaartallen in de gevels waren gebouwd in 1610 en 1660. Bouwvalligheid van beide monumentale gebouwen maakte sloop in de oorlogsjaren noodzakelijk. Doel was toen om ze te herbouwen, maar dat is er nooit van gekomen. Nu is er een nieuw bouwplan en wordt het gat in de gevelrij eindelijk opgevuld. Dit was een unieke kans om de geschiedenis van dit stadsdeel nader te onderzoeken.

 

Op het diepste niveau zijn kleivloeren en haardplaatsen van houten huizen uit de 14de en vroege 15de eeuw aangetroffen. Historisch is bekend dat de Nieuwendam als dijkje langs de haven in 1341 is aangelegd. Dit dijkje sloot aan op de zeedijk waardoor een buitendijks omdijkt stuk land ontstond. Archeologisch kunnen we de oudste bebouwing inderdaad in de 14de eeuw plaatsen. Uit historische bronnen weten we dat zich hier in de 15de en 16de eeuw allerlei ambachtslieden vestigden die afhankelijk waren van aan- en afvoer van goederen over water, zoals pottenbakkers en hout- en steenhandelaren. Daarnaast woonden er zeilmakers en touwslagers. En er waren, zoals in een havenbuurt verwacht mag worden, meerdere herbergen. Tot de oudste vondsten van de opgraving behoort een complete houtbijl met houten steel, die door een van deze ambachtslieden is gebruikt.

 

In de periode tussen circa 1450 tot 1610 was de voorzijde van het oostelijke perceel (Nieuwendam 19) onbebouwd. Hier liep midden over het perceel een pad naar een pand dat meer naar achteren stond. Dit pad is verschillende malen opgehoogd en versterkt met keien, bakstenen, planken en schelpgruis. Aan de oostzijde van het perceel bevonden zich opeenvolgende erfscheidingen, waaronder een bakstenen goot, muren en schutting, die aantonen dat ten oosten van het perceel een steeg liep.
Achterop het perceel stond een bakstenen pand, dat grotendeels buiten de opgraving viel. De noordelijke muur en een stuk van de westelijke muur zijn gevonden, evenals enkele vloeren binnen het pand.
Op het perceel is in deze periode pottenbakkersafval gestort, bestaande uit brokken ovenwand, baksteunen, misbaksels, kolengruis en ander afval. Het pand dat meer naar achteren stond was een tijd lang het huis en werkplaats van een pottenbakker. De bijbehorende pottenbakkersovens stonden waarschijnlijk nog verder naar het zuiden richting de zeedijk.
In de tweede helft van de 16de eeuw was het perceel een zogenoemde houttuin: een opslagplaats en werkplaats van een houthandelaar, zoals uit historische gegevens blijkt.

 

Op het westelijke perceel (Nieuwendam 20) is rond 1400-1450 een huis met bakstenen voeting met poeren gebouwd. Dit was nog altijd een houten huis. Het had een lengte van ongeveer 15 meter, wat groot is voor deze periode.
Rond 1500 is een bakstenen pand gebouwd met een lengte van ongeveer 20 meter. In de fundering waren opmerkelijk grote bakstenen toegepast die uit de 14de eeuw dateren en dus hergebruikt moeten zijn. Binnen het pand zijn twee schoorsteenfunderingen en meerdere vloeren van bakstenen en plavuizen gevonden, met ook bijbehorende ingegraven aspotten. Uit historische bronnen valt te achterhalen dat dit pand de herberg het Paradijs was, dat tot in de 17de eeuw heeft bestaan.
In de 16de eeuw is op de oude funderingen een nieuw kleiner pand gebouwd, dat diverse verbouwingen heeft gekend. In de herberg bevond zich een muur met schouw en het had vloeren met plavuizen. Achter het pand is een aanbouw gebouwd, waar rondom diverse vondsten uit de 17de eeuw zijn gedaan.

 

In 1610 is op het oostelijke perceel een groot koopmanshuis (De Zeevaart) gebouwd, dat dus in 1942 is afgebroken. Dit pand had zware funderingen, maar was niet onderheid. Binnen het pand lag een grote voorraadkelder, die diverse malen is verbouwd. De vloer is opgehoogd en de wanden zijn van nieuwe tegels voorzien. De oudste tegels dateren uit de eerste helft van de 17de eeuw en de jongste tegels omstreeks 1700. Aan de voorkant van het pand was een kleine kamer. Verder was er een gangmuur naar een deur in de achtergevel.

Achter het pand is in de 17de eeuw een aanbouw gebouwd, waarschijnlijk een zomerkeuken. Hierin bevond zich een schoorsteenfundering.

 

Op het westelijke perceel is in 1660 een nieuw pand (de Dolfijn) neergezet. Deze had zware funderingen, die deels op de funderingen van het afgebroken pand stonden en deels waren onderheid met zeer lange palen. Achter het pand bevond zich een aanbouw, waarschijnlijk een zomerkeuken, met daarin een kleine voorraadkelder. Daar achter lag een waterkelder, die pas in de 20ste eeuw is dichtgestort. Binnen het pand bevond zich een zeer grote voorraadkelder, die niet was betegeld.
Historisch kunnen we achterhalen dat dit pand eigendom was van bekende Hoornse regentenfamilies, zoals de familie Opperdoes.

 

In de 19de eeuw zijn beide panden in gebruik genomen als kaaspakhuizen en dat bleven ze tot aan de sloop. De 17de-eeuwse gevels zijn in deze periode gewijzigd. Nieuwendam 20 had bij de bouw zeer waarschijnlijk een halsgevel met natuurstenen ornamenten, maar deze is op zeker moment vervangen door een eenvoudige tuitgevel. Toch blijkt uit oude foto’s van de panden de rijke uitstraling die ze in de 17de eeuw gehad moeten hebben.


Deze tekst is geschreven door Christiaan Schrickx en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2019. Op dit moment wordt dit project uitgewerkt. In het rapport zullen de laatste resultaten en conclusies te lezen zijn. Als het project is uitgewerkt, zal het rapport op deze pagina te downloaden zijn. Lees meer over het onderzoek in dit artikel.