Midden in de binnenstad van Hoorn is in 2019 een grootschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd. De aanleiding vormde de afbraak van een van de panden van het voormalige winkelbedrijf V&D. Een aaneengesloten terrein aan het Nieuwe Noord en achter de Ramen kon daardoor volledig worden opgegraven. Dit gebied ligt binnen de stadsomwalling van 1426. De straat het Nieuwe Noord bestond toen nog niet; hier stroomde een water en daarlangs lag een voetpad. Aan de Ramen, genoemd naar de lakenramen van de Hoornse lakennijverheid, stonden huizen waarvan de percelen zich uitstrekten tot aan het Nieuwe Noord. In 1595 overkluisde men dit water, wat wil zeggen dat dit ondergronds door een bakstenen riool werd geleid. Sindsdien werd de straat het Nieuwe Noord genoemd en verscheen een aaneengesloten huizenrij.

 

Bij de opgraving zijn twee gebouwen aangetroffen die dateren vóór 1595. Beide stonden op de achtererven van de Ramen en niet georiënteerd op de rooilijn van het Nieuwe Noord.

Het eerste gebouw was een woonhuis met daarachter een leerlooierswerkplaats. Binnen het huis was tegen de noordmuur een schouw aanwezig met meerdere ingegraven aspotten. In het huis zijn resten van houten wanden van de binnenindeling en vloeren van plavuizen aangetroffen. Achter het huis was een onbebouwd erf en geheel aan de oostzijde, grenzend aan de percelen van de Ramen, stond de leerlooierswerkplaats. Dit was een bakstenen gebouw met daarin een grote ronde kalkput en een vierkante kalkbak. Op het erf lagen twee houten looibakken, die waren opgevuld met run (gemalen schors), dat werd gebruikt bij het leerlooien. Op het erf lagen dikke pakketten met run en kalk en er was een afvalpakket met zeer veel geitenhoorns. De leerlooier verwerkte dus geitenhuiden.

In de buurt van het huis zijn meerdere mestkuilen opgegraven met leerafval en gebruiksvoorwerpen. Bijzonder is de vondst van een deel van een kalkzandstenen heiligenbeeld, dat is gebruikt voor de kalk in de leerlooierij. Toevalligerwijs is ditzelfde jaar ook een leerlooierij op een andere locatie in de stad onderzocht, namelijk aan de Westerdijk, en daar zijn veel kalkzandstenen ornamenten uit de bodem naar boven gekomen. Ze dateren uit de 15de eeuw en zijn omstreeks 1572, toen de katholieke kerken in protestantse handen kwamen, als afval in de bodem beland. De leerlooierij heeft waarschijnlijk tot begin 17de eeuw gefunctioneerd. De werkplaats is later omgebouwd tot extra keuken bij een van de huizen aan de Ramen.

 

Het tweede gebouw van vóór 1595 was in gebruik als mouterij of brouwerij. Ook deze stond gebouwd in de verkavelingsrichting van de Ramen. Binnen het gebouw liep in het midden een pad van bakstenen en keien, en was een oven aanwezig. Van deze oven resteerde een deel van de ovenvloer; de stookgang was niet meer intact. Tussen het water van het Nieuwe Noord en het gebouw lag een onbebouwd erf dat was bestraat met keitjes en ten zuiden van het gebouw lag een pad dat was versterkt met allerlei stukken hout. Mogelijk werd deze gebruikt door de biersteker om vaten bier of mout te vervoeren. Op het erf was verder een waterput aanwezig. Uit het vondstmateriaal blijkt dat de mouterij of brouwerij rond 1550 buiten gebruik is gesteld, mogelijk bleef het pand daarna nog wel staan.

 

Langs het Nieuwe Noord is een rij huizen opgegraven. De oudste huizen dateren inderdaad rond 1595, maar meerdere huizen zijn iets later gebouwd, namelijk in het begin van de 17de eeuw. Opvallend is dat bij meerdere percelen sprake is van ‘tweelingpanden’ die tegelijk met identieke plattegrond zijn neergezet.

De meeste huizen waren voorzien van eenvoudige voorraadkelders, die soms nog wandtegels hadden. Achter meerdere huizen lagen waterputten of rechthoekige waterkelders. Uit een van de waterputten komen delen van een 17de-eeuwse terracotta schouw. In een andere waterput bevonden zich meerdere tinnen lepels, waaronder een apostellepel.

 

Een deel van het terrein behoorde tot de percelen van panden aan de Ramen. Achter twee panden is een houten beerbak gevonden. Uit een van deze komt een fraaie glazen beker in Venetiaanse stijl (vetro-a-fili) en versierd met vergulde saterskoppen. Deze dateert rond 1600 en was een duur stuk van een rijke familie aan de Ramen.

Achter Ramen 1-3 zijn de funderingen van een pand met meerdere kamers en grote kelders aangetroffen. Historisch is bekend dat op deze percelen tussen 1620 en 1638 het Armen Weeshuis heeft gestaan. De wezen werden aan de slag gezet in de lakennijverheid en speciaal voor dit weeshuis werd zelfs een volmolen buiten de stad gebouwd. Toch was de stichting financieel geen succes en moest het weeshuis nog geen twintig jaar na aanvang worden gesloten. Waarschijnlijk is een deel van de gebouwen toen afgebroken.

De grote panden Ramen 1 en 3 kwamen in handen van enkele zeer rijke en invloedrijke personen. Zij namen de panden van het voormalige weeshuis in gebruik, inclusief het riool dat ten behoeve van het weeshuis in 1620 was gemaakt. Een deel van dit riool gebruikten zij in de 17de eeuw als beerput. Het was volledig opgevuld met beergrond en veel afval. De inhoud is grotendeels uitgezeefd. Onder de vondsten bevindt zich bijzonder Italiaans aardewerk, Chinees porselein en veel glaswerk. Deze vondsten maken duidelijk dat we met de allerrijkste personen in de stad hebben te maken. Enkele bijzondere stukken zijn verder: twee tinnen zuigflessen, een tinnen theepotje, versierde messing lepels, twee zakzonnewijzers en een gouden knoop. Verder zijn honderden fragmenten van lakzegels van brieven gevonden, die een beeld geven van de schriftelijke contacten van de eigenaren.

 

In de 19de eeuw had Lucas Stokbroo een privémuseum in pand Ramen 1-3. Zijn collectie is geveild waardoor we een goed beeld van dit museum hebben. De catalogi van de veiling omvatten duizenden voorwerpen. In een afvalstort op zijn erf zijn enkele voorwerpen gevonden die mogelijk na zijn overlijden door de erfgenamen zijn weggegooid, waarschijnlijk omdat de waarde van deze voorwerpen niet werd ingezien. Hieronder bevinden zich diverse glasschijven in verschillende kleuren glas, die zijn voorzien van de stempels van de glasfabrikant Daniel Miotto die actief was in Venetië rond 1700. Deze voorwerpen zijn nu uitzonderlijk zeldzaam.


Deze tekst is geschreven door Christiaan Schrickx en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 2019. Op dit moment wordt dit project uitgewerkt. In het rapport zullen de laatste resultaten en conclusies te lezen zijn. Als het project is uitgewerkt, zal het rapport op deze pagina te downloaden zijn.