In de periode november 1983 – januari 1984 is een onderzoek uitgevoerd op een door Gravenstraat, Peperstraat, Openbare Bibliotheek en Wisselstraat begrensd terrein. In de Middeleeuwen behoorde dit tot het in 1385 gestichte Agnietenklooster en (voor een klein gedeelte) tot het uit 1404 stammende Geertenklooster. Direkte aanleiding waren plannen voor de bouw van een school. Een eerdere kans om hier onderzoek te doen, bij de bouw van de Openbare Bibliotheek in 1973, is onbenut gebleven. Het onderzoek werd financieel mogelijk gemaakt door subsidies van de gemeente Hoorn, het Kerkmeyer-de regtfonds, de provincie Noord-Holland en de Historische Vereniging Oud Hoorn. Het werd uitgevoerd vanuit het Westfries Museum, onder supervisie van het IPP, met hulp van AWN-werkgroep Hoorn, ROB en IPP.

Aanvankelijk lag de nadruk op het terugvinden van resten van de Middeleeuwse bebouwing, met name de kapel van het Agnietenklooster. Van deze vroegste fase is minder teruggevonden dan werd gehoopt. Aan de uiterste westzijde van het terrein werden op het rietveen, dat zich tussen de zeeklei en een ophogingspakket bevindt, puinsporen en muurresten aangetroffen die met behulp van de schaarse vondsten wel aan het klooster der Agnieten toegeschreven kunnen worden. Door latere bebouwing – met name die van het 19e-eeuwse stadsziekenhuis – waren deze sporen zeer verstoord. De indruk bestaan dat de Middeleeuwse Kloostergebouwen zich grotendeels onder de Openbare Bibliotheek bevinden en zich nauwelijks verder naar het oosten hebben uitgestrekt. De gebouwen van het nonnenklooster van St. Geertruid bevinden zich zelfd geheel onder de bibliotheek. Ook elders op het terrein werden maar weinig Middeleeuwse vondsten gedaan.

Er werden wel veel muurresten blootgelegd naar deze dateren alle uit latere perioden. Het gaat hier om verbouwingen en uitbreidingen van het Agnietenklooster. Een deel van de bouwsporen dateert uit de periode vlak na de reformatie, toen dit deel van de kloostergebouwen door de Admiraliteit in gebruik is genomen. Vlak langs de Gravenstraat en Wisselstraat, beide aan het eind van de 16e eeuw aangelegd, bevinden zich nog resten van 17e-eeuwse en latere bebouwing, met het 19e-eeuwse stadsziekenhuis als jongste fase.

Ten oosten van de muurresten werd het kerkhof van het Agnietenklooster gelokaliseerd. De skeletten van meer dan 75 individuen, begraven in eikehouten of grenen kisten, werden zo goed als de omstandigheden dit toelieten geborgen. Dit materiaal, dat in zeer goede staat verkeert (soms waren de hersenen nog in de schedel aanwezig) wordt onderzocht door W.R.K. Perizonius, Instituut voor Antropobiologie te Utrecht.

Direkt ten noorden van het kerkhof werden de fundamenten van de uit 1462 daterende stenen kloosterkapel gevonden. Het koor grensde aan de later aangelegde Gravenstraat, zoals van oude stadsplattegronden al bekend was. Door wateroverlast en de aanwezigheid van een oude monumentale beukeboom kon onvoldoende worden nagegaan of de houtresten die op een dieper niveau werden aangetroffen afkomstig waren van de houten voorganger van deze kapel.

Langs de hele noordzijde van het terrein bevond zich een dik pakket laat 16e-eeuws afval. Kennelijk is hier vlak voor de bebouwing langs Wisselstraat en Gravenstraat aanving een vuilstortplaats geweest. Deze is door een palissadewand van de bebouwing aan de zuidzijde gescheiden. De hier verzamelde vondsten zijn vooral interessant doordat ze uit een periode van hooguit enkele tientallen jaren afkomstig zijn en een goede indruk geven van wat aan het eind van de 16e eeuw in Hoorn aan aardewerk, glaswerk, schoeisel etc. gangbaar was.


Deze tekst is geschreven door T.Y. van de Walle-van der Woude en eerder gepubliceerd in de Kroniek van Noord-Holland over 1984. In het rapport zijn de laatste resultaten en conclusies te lezen.


Download hier het volledige rapport