Westerklief 28a

Archeologisch onderzoek aan Westerklief 28A in de gemeente Hollands Kroon

Het archeologisch onderzoek in het plangebied aan de Westerklief 28a, gelegen op de verhoogde stuwwallen van Wieringen, heeft belangrijke gegevens opgeleverd over de vroegere bewoning en de ontstaansgeschiedenis van dit gebied. Wieringen, dat tijdens de één-na-laatste IJstijd, het Saalien, zijn kenmerkende keileemheuvels kreeg, is door de hogere ligging door de eeuwen heen vrijwel altijd bewoonbaar geweest.

Op Wieringen zijn reeds verschillende archeologische vondsten gedaan, variërend van het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De vondst van vuurstenen werktuigen en de beroemde zilverschatten uit de 9de eeuw, die aan de  Westerklief werden aangetroffen, geven inzicht in de rijke historie van het eiland.

Tijdens het archeologisch onderzoek voor de nieuwbouw van de woning aan Westerklief 28a werden daadwerkelijk interessante vondsten gedaan. Binnen de nieuwbouwcontour werd diagonaal over het terrein een greppel aangetroffen. De greppel bleek twee keer te zijn uitgegraven, waarbij de laatste vulling rijk was aan scherven aardwerk. In totaal werden 56 scherven keramiek geborgen, gedateerd in de laatste eeuw van de Midden-IJzertijd (circa 350-250 v.Chr.). Het assemblage omvat 45 wandfragmenten en elf randfragmenten, die vermoedelijk afkomstig zijn van maximaal drie potten. Het aardewerk is relatief dikwandig en voornamelijk gemagerd met potgruis (chamotte) en organisch materiaal, terwijl grind en steengruis in mindere mate als magering zijn toegepast. De potten kenmerken zich door korte halzen en eenvoudig afgeronde randen. Eén randfragment vertoont een klein facet aan de buitenzijde, decoratieve elementen zoals golfranden ontbreken volledig. De overgang van de hals naar de buik is vloeiend en S-vormig, zonder knik, cannelure (brede ondiepe groeve) of streepband. Van de 45 wandfragmenten vertonen drie stukken oppervlaktebehandeling: twee fragmenten zijn geglad of gepolijst, één fragment heeft een besmeten oppervlak. De overige fragmenten zijn onbehandeld.

Naast deze vondstrijke greppel werden twee opvallende kuilen uit de prehistorie aangetroffen, grotendeels gevuld met stenen die vermoedelijk uit de natuurlijke ondergrond afkomstig zijn. Aanvankelijk werd verondersteld dat deze stenen van de akkers waren verwijderd om schade aan de ploeg te voorkomen. Bij nadere beschouwing bleek echter een aanzienlijk aantal stenen breukvlakken te vertonen, wat erop wijst dat ze mogelijk als kookstenen zijn gebruikt.

De aanwezigheid van aardewerk in de greppel en de stenen in de kuilen wijst op bewoning in de directe omgeving, en versterkt de hypothese dat dit gebied al in de prehistorie intensief werd gebruikt.

Van de latere bewoning, met name de stolpboerderij die hier tot in de jaren zeventig stond, werd weinig aangetroffen. Een waterput met ruime insteek vormde hierop een opmerkelijke uitzondering. De vondsten aan de Westerklief leverden waardevolle inzichten op in het vroegere gebruik van het landschap en dragen bij aan het bredere verhaal van de bewoning en ontwikkeling van Wieringen door de eeuwen heen.