In september 2024 heeft Archeologie West-Friesland een opgraving uitgevoerd op perceel Raadhuisstraat 8 in Wognum. Tot voor kort stond hier een huis dat als voormalige bakkerij bekend stond. In 1963 verloor het deze functie, waarna de bakkerij is verbouwd tot woonhuis. Zowel van buiten als van binnen had het huis een jaren 70 uitstraling waardoor op het eerste gezicht de hoge ouderdom niet duidelijk was. Op basis van historische gegevens was aannemelijk dat het huis in 1755 als bakkerij is gebouwd. In het huis bevond zich een zeer grote bakstenen kelder met tongewelf, waarvan de bouw met deze bakkerij in verband werd gebracht. Het huis met kelder is in 2024 gesloopt. Voorafgaand is een bouwhistorische opname van het huis gedaan en is ook deze kelder goed bekeken. Direct was duidelijk dat we met een zeer bijzonder bouwwerk te maken hadden want de bouwwijze van de kelder wijst op een datering in de 15de eeuw. De kelder had dus een veel hogere ouderdom dan de rest van het huis. Daarmee was (de kelder van) dit huis niet alleen het oudste huis van Wognum, maar ook een van de oudste huizen van heel West-Friesland.
Op het perceel lag een middeleeuws woonterpje waarop een boerderij heeft gestaan. De precieze ouderdom moet nog aan de hand van de aangetroffen vondsten worden bekeken, maar zeker is dat deze teruggaat naar de 12de eeuw. Bij de opgraving zijn wel zes plaggenputten aangetroffen: waterputten waarvan de ondergrondse wand was gemaakt van veenplaggen. Bij één van de waterputten was de plaggenwand gestapeld op twee in de bodem geplaatste houten tonnen. Plaggenputten zijn een typisch verschijnsel voor een zandbodem, zoals in Wognum.
De plattegrond van een huis uit de 13de eeuw laat zich reconstrueren aan de hand van de haardplaatsen, bodemopbouw en meerdere grote kuilen. De kuilen lagen op onderlinge afstanden van 2,20 meter en dat is precies de afstand tussen de stijlen van gebinten van een huis. Mogelijk gaat het om uitgraafkuilen: kuilen die zijn gegraven om de houten stijlen uit te graven. Dit levert een rechthoekige eenschepige plattegrond op met een breedte van 6 meter en een lengte van minimaal 15,50 meter. Uit onderzoek elders in Noord-Holland weten we dat de lengte van boerderijen enorm kon variëren. Het vermoeden is dat deze boerderij een stuk langer is geweest.
Uit de huisterp komen veel vondsten, voornamelijk scherven van kogelpotten. Vermeldenswaardig zijn een weefgewicht van aardewerk en stukken van maalstenen van een handmolen voor graan. Het weefgewicht toont aan dat er in het huis een weefgetouw stond. Bijzonder zijn vooral meerdere onderdelen van bronzen paardentuigage, die alle verguld zijn geweest, en een bronzen zwaardpommel. Ze dateren rond 1300. De paardentuigage was dan ook niet bestemd voor een werkpaard, maar voor een rijpaard of meer specifiek een rijpaard van een edelman. De vondst van de paardentuigage wijst in ieder geval op een voorname bewoner die er een rijpaard op nahield.
Op het perceel is ergens in de 15de eeuw een bakstenen kamer gebouwd. De gewelfkelder van dit huis is blijven staan, waarbij het huis zelf meermaals is verbouwd en in 1755 volledig nieuw gebouwd. Vanwege de bijzondere constructie van de kelder is voorafgaand aan de sloop een 3D-scan gemaakt. De datering is vooralsnog volledig gebaseerd op de toegepaste bakstenen (23x11x5,5 cm) en bouwwijze. Aangezien het huis op een zandondergrond is gebouwd, is geen houten fundering toegepast. Daardoor kan dendrochronologisch onderzoek niet plaatsvinden. Bij de opgraving zijn geen vondsten gevonden die samenhangen met de bouw van het huis, waardoor ook op deze wijze geen datering kan worden gegeven. In samenwerking met de Provincie Noord-Holland zijn twee monsters van de metselmortel van het huis opgestuurd naar een laboratorium, dat een methode heeft ontwikkeld voor het dateren van kalkmortel. mogelijke datering wordt ergens in de loop van 2025 verwacht.
De gewelfkelder had een oppervlak van ongeveer 7 bij 6 meter. Hierboven bevond zich de kamer of zaal en een zadeldak. Hoogstwaarschijnlijk is de stenen kamer aan de houten boerderij gebouwd waardoor een L-vormige plattegrond ontstond. Hier is dan sprake van een specifiek boerderijtype en niet met een vrijstaand bakstenen huis. Binnen Nederland is de ‘boerderij met stenen kamer’ een bekend type, vooral in de provincies Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland. Uit Noord-Holland zijn er slechts een klein aantal bekend. Het bekendste overblijfsel in de omgeving is de stenen kamer van Schellinkhout, waarvan de kelder overigens is dichtgestort en de muren bovengronds uit de 17de eeuw dateren. De grote vraag is wie deze stenen kamer in Wognum heeft laten bouwen. Uitgebreid archiefonderzoek heeft daarover nog geen zekerheid opgeleverd. Op basis van de historische stukken komen diverse personen in aanmerking.
De stenen kamer is meermaals sterk verbouwd. In de 17de eeuw is bijvoorbeeld een lichtvenster toegevoegd en is in de kelder een waterput gemaakt. Onder de vloer van de kelder is in die tijd een kuil gegraven waarin gebruiksafval is beland, met onder andere een fraaie kometenbeker. Dit is een 17de-eeuws drinkglas met blauwe versiering die aan kometen doet denken.
Uit historisch onderzoek blijkt dat het huis rond 1674 tot bakkerij is verbouwd. Uit de archiefstukken zijn opeenvolgende eigenaren te achterhalen. Deze bakkerij brandde op 26 augustus 1753 af. In een kroniek wordt over de brand verteld en hieruit blijkt dat bij deze brand aan de andere kant van de straat begon en door een bundel brandend hooi oversloeg naar het deel van de Raadhuisstraat waar de bakkerij stond. In totaal brandden vier huizen af. Bij de opgraving zijn sporen van de brand teruggevonden, zoals verbrande aardewerkscherven en verkoolde graankorrels.
Na de brand is in 1755 een nieuwe bakkerij gebouwd. Uit de opgraving blijkt dat de bovengrondse muren van de oude stenen kamer zijn afgebroken en dat met dezelfde stenen nieuwe muren zijn opgetrokken. De kelder bleef gehandhaafd en diende voor de gekoelde opslag van de eieren en melk van de bakker. Ernaast kwam de bakkerij met winkel, en een zolder voor de opslag van graan. Bij de bouwhistorische opname is de volledige constructie gedocumenteerd. Een leuk detail waren de initialen van diverse bakkers die in een van de balken waren gekrast.