In oktober 2023 is door Archeologie West-Friesland in opdracht van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een archeologische begeleiding uitgevoerd op de locatie Grote Sloot- Slikkerdijk, ten zuidoosten van Oudesluis. Deze aanvankelijk gehele uit hout gebouwde schutsluis uit 1622 verbindt de Wieringerwaardpolder (1609) met de Grote Sloot van polder De Zijpe (1597). Naar aanleiding van het plaatsen van een duiker en leidingen werd een van oorsprong 17de-eeuwse sluiscomplex blootgelegd.
Bij het archeologisch onderzoek naar de sluis zijn op basis van de gebruikte bakstenen twee verschillende fases te onderscheiden. Bij fase 1 zijn rode bakstenen gebruikt voor de sluiswanden. De bakstenen corresponderen met het middenformaat dat tijdens de 17de-eeuw in omloop was. Langs de westelijke sluiswand, aan de kant van de Slikkerdijk, zijn vier steunberen uit rode baksteen met daaromheen drie lagen gele bakstenen opgetrokken.
Bij fase 2 zijn de sluiswanden verlengd en verbreed. Fase 2 is volledig uit gele bakstenen opgetrokken en zit als een schil om fase 1 heen. Het formaat van deze bakstenen correspondeert met het middenformaat dat tijdens de 18de en 19de eeuw in omloop was. De sluiswanden hadden uitsparingen, deurkassen, waarin de deuren vielen als ze open waren. De sluis had twee paar puntdeuren die als deze dicht waren in een V-vorm stonden. De punt was richting het hoger liggende water van de Zijpe. De waterdruk hielp de deuren dicht te drukken. Bij fase 2 horen de buitenste twee steunberen van gele bakstenen gemetseld. De bakstenen corresponderen met het gangbare middenformaat uit de 18de en 19de eeuw. De steunberen hadden waarschijnlijk als functie het gewicht van de druk van de sluis te verdelen over de grond. Toen de schutsluis werd gebouwd, moest de Slikkerdijksloot op dat punt worden versmald. De slappe grond waar eerst de sloot liep, gaf niet genoeg steun.
Vondstmateriaal was nagenoeg afwezig. Een paar stukken keramiek zijn op de bodem van de sluis gevonden waarbij het jongste stuk dateert rond 1945-1958. Dit correspondeert met de demping van de sluis in 1949. Direct naast de oostelijke sluiswand zijn de resten van een sluiswachtershuisje opgegraven, waarbij ook twee fases konden worden onderscheiden.
Naar aanleiding van het archeologisch onderzoek heeft waterschapshistoricus Diederik Aten een historisch onderzoek naar de sluis uitgevoerd. De sluis is een schutsluis. Schutsluizen dienen om vaartuigen van een hoger gelegen water naar een lagergelegen niveau te leiden of andersom. Het niveau en het polderpeil van polder De Zijpe ligt ongeveer een meter hoger dan dat van de Wieringerwaard. De tweede functie van de schutsluis was om te zorgen dat het brakke water uit de Wieringerwaardpolder niet Polder de Zijpe in zou stromen. Dit ten behoeve van de landbouw en het drinkwater voor het vee. De sluis verbond de Wieringerwaardpolder met de Grote Sloot waardoor ze in verbinding stonden met het binnenvaartwater van Noord-Holland. Men kon vanuit de Wieringerwaard via de Slikkerdijksloot, door de schutsluis en dan door de Slikkerdijk zelf heen naar de Grote Sloot in de Zijpe. In de Slikkerdijk zelf zat een valschut die men de ‘flab’ noemde. Deze flab was in 1621 gebouwd en was als voorwaarde gesteld door het polderbestuur van de Zijpe omdat men bang was dat bij inundatie van de Wieringerwaardpolder ook onderwater zouden lopen. Deze flab werd in 1835 vervangen door schotbalken, waardoor het niet meer een flab was. Toch bleef men de omgeving van het schutsluisje generaties lang ‘de flab’ noemen, zo blijkt uit een artikel uit de Zijper Courant van 17 januari 1931.
Na het bouwen van de schutsluis werd nog regelmatig onderhoud gepleegd. In 1639 werd de gehele houten sluis vervangen door een sluis van baksteen. In 1949 werd de sluis gedempt omdat het geen schuttende functie meer had, noch een functie in de zoet- en zoutwaterhuishouding.
Het is lastig om de twee fasen van de sluis te koppelen aan specifieke historische gebeurtenissen omdat uitsluitend de bakstenen te dateren zijn. Onder de sluisvloer ligt hout uit de eerste fases van de sluis. De sluis is intact gehouden voor een behoud in situ. Jaarringmonsters nemen van de sluisvloer was daarmee niet mogelijk. Fase 1 correspondeert waarschijnlijk met de steenzetting van de schutsluis in 1639. In de kostenspecificaties worden namelijk 14.000 gele stenen vermeld (de schil) en 57.850 ‘clinckert moppen’, de rode bakstenen.
Een foto gemaakt rond ca. 1900 met het onderschrift ‘Sluiswachtershuisje bij de flab te Oudesluis’ toont hoe het sluisje er aan het einde van haar leven heeft uitgezien. Hierop zijn houten gebinten te zien die waarschijnlijk aan de binnenkant van de sluis zaten om de sluiswanden uit elkaar te drukken.