Oude oliemolen ontdekt aan het Pelmolenpad

30 september 2026

Afgelopen weken is door de archeologen van de gemeente Hoorn een eerste archeologische opgraving uitgevoerd aan het Pelmolenpad in Hoorn. De komende jaren zal hier het oostelijke deel van de nieuwe woonwijk tussen de binnenstad en de Grote Waal worden gebouwd. Momenteel is het westelijke deel, ook wel bekend als de Prismalocatie, in volle ontwikkeling. De omgeving van het Pelmolenpad kende al vanaf de zeventiende eeuw bebouwing. Hier stonden poldermolens, een overtoom, een lijnbaan, een lijmmakerij en een oliemolen. We zouden het een bedrijventerrein kunnen noemen. In later tijd stond aan het Pelmolenpad inderdaad ook een pelmolen, waarin gerst werd gepeld. De naam van de nieuwbouwwijk herinnert aan die molen.

De oliemolen

Op een grasveldje helemaal achterop het parkeerterrein is in de zeventiende eeuw een oliemolen gebouwd. In een oliemolen wordt uit oliehoudende zaden, zoals lijnzaad, olie geperst. De eerste windoliemolen verscheen in 1582 bij Alkmaar. Daarna nam het aantal oliemolens in Holland snel toe, vooral in de Zaanstreek. Wanneer de oliemolen in Hoorn is gebouwd, is nog niet bekend. Het oudste historische gegeven dat tot nu toe over deze molen is gevonden, dateert uit 1678. Een aanwijzing dat de molen al in 1648 bestond, is een stadsplattegrond uit dat jaar waarop een industriemolen in deze omgeving is te zien. Het was de enige oliemolen van Hoorn.

In een oliemolen maalde de olieslager het zaad onder op hun kant draaiende molenstenen fijn. Daarna verwarmde hij het fijngemaakte zaad en perste hieruit in een voorslagblok met grote stampers olie. De restanten verwarmde hij opnieuw en daarna won hij in een naslagblok de laatste olie. Als restproduct bleven koeken over die als veevoer werden gebruikt.

De oliemolen van Hoorn bleef in ieder geval tot 1779 in gebruik. In dat jaar kocht de Vaderlandsche Maatschappij de molen. Deze onderneming had als doel om armoede en werkeloosheid in de stad te bestrijden en was daarin lang ook succesvol. Waarschijnlijk is de molen direct omgebouwd tot hennepmolen, een molen waarin hennepstengels worden bewerkt tot hennepvezels die geschikt zijn om touw en zeildoek te maken. In 1852 is de molen gesloopt.

Palen en slieten

Bij de opgraving zijn de houten funderingen van de molen en de bijbehorende grote schuur teruggevonden. Alle bakstenen bleken al uit de grond verwijderd te zijn. De molen stond op acht poeren die met lange slieten waren onderheid. Slieten zijn dunne boomstammetjes, maar door veel van deze dicht op elkaar in de grond te heien, ontstaat een stevige fundering. We hebben dus met een achtkantige molen te maken, zoals gebruikelijk voor oliemolens. Waarschijnlijk had de molen ook een stelling en dan spreken we van een achtkantige stellingmolen of bovenkruier met stelling. Op de Zaanse Schans staat een dergelijke oliemolen die een beeld geeft van hoe de molen in Hoorn eruit heeft gezien.

Binnen de molen waren zware funderingen met houten palen aanwezig, onder andere van het voorslagblok. Zij moesten de klappen van de stampers opvangen. Uit de houten palen zijn monsters genomen die verder zullen worden onderzocht, onder andere om het bouwjaar van de molen te achterhalen.

Nog meer opgravingen

De opgraving van de oliemolen vormt het begin van een serie opgravingen die in het Pelmolenpadgebied zullen worden uitgevoerd. Binnenkort wordt onderzoek gedaan op de plek van de weg die van het Keern naar de nieuw te maken tunnel onder het spoor leidt. Mogelijk liggen hier resten uit de 12de of 13de eeuw, nog voordat Hoorn als plaats is ontstaan. De komende jaren volgen opgravingen op het parkeerterrein waar de poldermolens en overtoom hebben gestaan. De nieuwe wijk krijgt daarmee een historisch verhaal als onderdeel van de stad.