Het Hoornse Hop is in de Gouden Eeuw en de eeuwen hierna een van de drukst bevaren stukken van de Zuiderzee. Handelsschepen, oorlogsbodems, vrachtvaarders en vissers voeren duizenden malen per jaar naar of van Hoorn. Vele schepen vergingen in het ondiepe Hoornse Hop.

In 2002 verrichtte een schip van Rijkswaterstaat een controlemeting. Op enige afstand van de oude haven van Hoorn werd het complete silhouet van een middelgroot schip zichtbaar op de meetapparatuur. Het bleek 18 m lang en redelijk gaaf in de zachte zeebodem vast te zitten. Duikende amateurarcheologen uit West-Friesland werd gevraagd het wrak nader te inspecteren.

Het wrak bleek vol te liggen met gele baksteentjes, dakpannen, plavuizen en een groot aantal fraaie witte borden met de tekst ‘Makkum 1752’. Na een aantal succesvolle duiken en aanvullende studie, liep het onderzoek vast. Het schip bleef op de bodem van het Hoornse Hop liggen.

In 2010 werd een belangrijk historisch document ontdekt dat alle puzzelstukken op zijn plaats liet vallen. Het vrachtschip was de tjalk van de Friese schipper Karsten Hoytes komend van Makkum. Het verging onder mysterieuze omstandigheden in de nacht van 2 op 3 november 1752 in het zicht van de Hoornse haven.

Het verhaal ‘Gezonken als een baksteen’ is veelzijdig omdat het zowel de Fries-Westfriese maritieme handelsbetrekkingen als de productie en het gebruik van Fries aardewerk en bouwmateriaal illustreert. Tevens belicht het de functie van de tjalk als werkpaard van de Zuiderzee. Tenslotte wijst het op het nut van archeologisch onderzoek in de voormalige Zuiderzee en de risico’s waaraan het kwetsbare erfgoed op de zeebodem telkens blootstaat.

Het boek Gezonken als een Baksteen is bij Stichting Archeologie West-Friesland te bestellen.