Archeologisch onderzoek op het perceel Oosterleek 39a in Oosterleek, gemeente Drechterland
In juni 2022 voerde Archeologie West-Friesland een archeologisch onderzoek uit op het perceel Oosterleek 39a in de gemeente Drechterland. De aanleiding was de geplande bouw van een woning en schuur. Hoewel het perceel al sinds circa 1800 onbebouwd is, bleek de bodem een rijk archief van natuurlijke en menselijke sporen te bevatten.
Van kwelder tot cultuurlandschap
De oudste lagen in de bodem dateren uit de Bronstijd en bestaan uit natuurlijke wad- en kwelderafzettingen, met daartussen een veenrijke geul (priel). Deze lagen tonen aan dat het gebied ooit deel uitmaakte van een dynamisch getijdenlandschap. Vanaf de Late Middeleeuwen werd het gebied ontgonnen. Er werden sloten gegraven, het terrein werd opgehoogd, en het perceel kreeg zijn huidige vorm.
Bewoning in de Nieuwe Tijd
De eerste sporen van bewoning dateren uit het einde van de 16de of het begin van de 17de eeuw. Twee onbeschoeide waterputten en een mestkuil wijzen op de aanwezigheid van een eenvoudige boerderij of woning. Hoewel funderingen niet zijn aangetroffen, duiden de vondsten op een bescheiden huishouden. In de 19de eeuw werd het perceel verlaten en sindsdien is het in gebruik als tuin of boomgaard.
Vondsten uit het dagelijks leven
De vondsten variëren van 16de-eeuws roodbakkend aardewerk tot 19de-eeuws Maastrichts servies, Engelse kastkommen en een zeldzame ondersteek. Ook zijn glaswerk, parfumflesjes en een cacao-flesje van Van Haagen gevonden. Deze objecten geven een kleurrijk beeld van het dagelijks leven en de materiële cultuur van de bewoners.