Archeologisch onderzoek op de locatie Westerklief 28A, Wieringen, gemeente Hollands Kroon
In juni 2024 heeft Archeologie West‑Friesland onderzoek uitgevoerd aan Westerklief 28A in de gemeente Hollands Kroon, naar aanleiding van de geplande bouw van een woning en bijgebouw waarbij het bodemarchief zou worden verstoord. Het plangebied ligt op de flank van een stuwwal op het voormalige eiland Wieringen, een relatief hooggelegen en droog deel van het landschap dat al vroeg aantrekkelijk was voor gebruik en bewoning. Tijdens het veldonderzoek is één werkput aangelegd waarin de bodemopbouw en aanwezige sporen zijn gedocumenteerd. Hierbij bleek dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand met een oude bodemhorizont waarin sporen uit verschillende perioden aanwezig waren, terwijl ophogingslagen en veen ontbraken.
De oudste aangetroffen sporen dateren uit de Midden-IJzertijd en bestaan uit een greppel met aardewerk uit circa 350-250 v.Chr. De functie van deze greppel is niet met zekerheid vast te stellen, maar houdt waarschijnlijk verband met agrarisch gebruik of perceelsindeling. De aanwezigheid van gebruiksafval wijst op bewoning in de directe omgeving, hoewel binnen het onderzoeksgebied zelf geen nederzettingssporen zijn aangetroffen.
Voor de Middeleeuwen zijn slechts enkele kuilen met zwerfkeien aangetroffen, mogelijk gerelateerd aan akkerbouw of landgebruik. Duidelijke bewoningssporen uit deze periode ontbreken, wat opvallend is gezien de archeologische rijkdom van de omgeving, waaronder vroegmiddeleeuwse vondsten.
Uit de Nieuwe Tijd is één duidelijke structuur aangetroffen: een waterput die behoorde tot een Wieringer stolpboerderij die tot in de 20ste eeuw op het perceel stond. Andere resten van deze boerderij zijn niet teruggevonden, wat erop wijst dat deze bij sloop grotendeels is verwijderd.
Het onderzoek laat zien dat het terrein door de tijd heen niet intensief bewoond is geweest, maar eerder fungeerde als erf of landbouwgrond. De resultaten dragen bij aan het inzicht dat vooral de flanken van de Wieringer stuwwallen werden benut voor agrarische activiteiten, terwijl bewoning zich waarschijnlijk concentreerde op hoger gelegen delen.