Hoe leefde men nou echt in de 17de eeuw? Deze vraag stelden de kunstkenners van het Rijksmuseum in Amsterdam zichzelf. We kennen de verstilde interieurs van wereldberoemde schilders als Vermeer en De Hooch. Maar hoe zagen de huizen er nu echt van binnen uit en hoe werden de huishoudens gerund? Om die vragen te beantwoorden, kom je vanzelf uit bij de archeologie. In de bodem liggen namelijk als afval de alledaagse gebruiksvoorwerpen uit de 17de eeuw en de archeologen graven die weer op. De zoektocht vanuit het Rijksmuseum leidde naar Hoorn waar enkele jaren geleden een zeer bijzondere vondst is gedaan, namelijk de huisraad van Albert Fransz Sonck en zijn zoon Meijndert Albertsz Sonck. Hun alledaagse spullen nemen vanaf 17 oktober een prominente plek in bij de tentoonstelling ‘Thuis in de 17de eeuw’.
De vondst van de beerput
In 2019 vond een grote opgraving plaats aan het Nieuwe Noord in Hoorn. Op een deel van dit terrein was in 1620 het Armenweeshuis gebouwd, waarin weeskinderen in de lakennijverheid aan het werk werden gezet. Speciaal voor dit grote gebouwencomplex, waarin maximaal 120 kinderen werden opgenomen, maakte men een gemetseld riool waarop de wc’s loosden. De liefdadige instelling kwam al snel in financiële problemen en het weeshuis ging failliet. Men besloot in 1638 het hoofdgebouw aan de Ramen te verhuren aan de bekende Hoornse stadsbestuurder Albert Fransz Sonck, die toen al op leeftijd was. Hij verhuisde met zijn gezin naar dit grote statige pand en kon dit enkele jaren later kopen. Na zijn overlijden in 1658 nam zijn zoon Meindert Albertsz Sonck het huis over. De familie Sonck liet een zijtak van het riool afdammen en gebruikte deze als beerput. In latere tijd kwam het huis in bezit bij de familie Coninck en ook zij bleven de beerput gebruiken.
Tijdens de opgraving bleek dat niet alleen de wc hierop loosde, maar dat ook heel veel voorwerpen van aardewerk, glas en metaal en ook keukenafval in de beerpuit zijn gestort. Alle grond is uitgezeefd: dit leverde een enorme hoeveelheid vondsten op. Het wassen, puzzelen en restaureren van alle voorwerpen nam heel veel tijd in beslag. Gelukkig beschikt Archeologie Hoorn over vrijwilligers die zich hier met enthousiasme op hebben gestort. Dit leidde in 2022 tot de onthulling van de vondst in de Oosterkerk in Hoorn. Sinds 2024 is een deel van de voorwerpen te zien in de hal van het gemeentehuis van Hoorn.
De familie Sonck
Zowel vader als zoon Sonck kennen we dankzij portretten die van hen zijn overgeleverd. Albert Fransz Sonck liet in 1602 portretten van hemzelf en zijn vrouw en hun twee kinderen schilderen. Deze schilderijen behoren nu tot de topstukken van het Westfries Museum. Zestig jaar later liet ook Meindert Sonck zichzelf vereeuwigen in een bijzonder gezinsportret door de Hoornse meesterschilder Rotius. Dit schilderij toont de uitzonderlijke rijkdom van een kleine bovenlaag in de 17de eeuw. We zien de allerduurste zijden stoffen, gouden sieraden en diamanten. Albert Fransz Sonck was een groot deel van zijn leven actief in het stadsbestuur, onder andere als schout en burgemeester. Daarnaast bekleedde hij allerlei bestuursfuncties op landelijke niveau. Hij droeg de adellijke titel van ridder. Zoon Meindert volgde in de voetsporen van zijn vader en was ook meermaals burgemeester. Beide waren uiteraard ook bewindhebber bij de VOC en zullen daar een deel van hun kapitaal hebben verworven.



Aan tafel bij Sonck
De vondst van de beerput is om meerdere redenen zeer bijzonder. Doordat gebruik is gemaakt van afgedamd gemetseld riool hebben we te maken met een uitzonderlijk grote beerput. Gedurende ongeveer een eeuw tijd is deze gebruikt en gedurende die tijd is de put nooit geleegd. We weten daardoor zeker dat we alles dat ooit in de put is gegooid ook weer hebben teruggevonden. De hoeveelheid voorwerpen is daardoor erg groot. Onder de vondsten bevinden zich zeldzame stukken zoals een serie borden van exclusief beschilderd Italiaans aardewerk. Ook een bord van Chinees porselein valt op omdat dit bord specifiek voor de Japanse markt is gemaakt en het nooit de bedoeling was dat deze naar Holland werd vervoerd. Hoe deze hier toch terecht is gekomen, komen we niet te weten. Tot de verbeelding spreken enkele spaarpotjes en speelgoed, die door Meindert als kind kunnen zijn gebruikt.
Opvallend is het grote aantal drinkglazen voor wijn en bier. Naast de gewone formaten zijn ook grote glazen aanwezig, bestemd voor het laten rondgaan tijdens feesten. Het beeld van de schuttersmaaltijden zoals we die van schilderijen kennen, dringt zich op.
Maar het bijzondere van de vondst zit hem ook in het voedselafval in de vorm van duizenden pitten van fruit, schillen van noten, schelpen en botjes van dieren, gevogelte en vissen. Dankzij het zorgvuldig uitzeven van de inhoud van de put zijn deze allemaal teruggevonden. Diverse specialisten hebben zich vanuit het Rijksmuseum op de determinatie gestort. Vooral het geconsumeerde gevogelte levert een opvallende lijst aan soorten op. Naast botjes van kip, eend, gans, spreeuw en duif zijn ook minder voor de hand liggende soorten aanwezig als houtsnip, kievit, blauwe reiger, roerdomp, waterral, watersnip, oeverloper en winter- of zomertalingen. Deze zijn waarschijnlijk geschoten tijdens de jacht, waarop Albert Fransz Sonck als ridder recht had. We weten dat hij over grond in onder andere de Beemster beschikte.



Van afval tot museumstuk
Bij de vondst van de beerput van Sonck komen archeologie, geschiedenis en kunsthistorie samen. Daarmee is dit landelijk voor de 17de eeuw een archeologische topvondst, die zijn weg zelfs naar het Rijksmuseum in Amsterdam vindt. Bij deze expositie worden de voorwerpen voor het eerst sinds eeuwen, en misschien ook wel eenmalig, weer verenigd met het familieportret van Meindert Sonck.







Meer lezen?
Ben je benieuwd naar het archeologisch onderzoek
aan de Nieuwe Noord in Hoorn? Lees meer in de verschillende rapportages.