Bij de vervanging van het riool in de Geldelozeweg en het kruispunt van deze met het Keern kwam in april van dit jaar onverwacht een gemetseld bakstenen gewelf tevoorschijn. Deze is zo goed mogelijk blootgelegd en gedocumenteerd en vormt een aanvulling op de waterstaatkundige geschiedenis van Hoorn.

Het gemetselde gewelf liep onder het Keern door en kon over een lengte van ruim 6,5 meter worden gevolgd. Het bestond uit bakstenen wanden met daarop een tongewelf en had een bodem van planken. Inwendig was de breedte 1,10 meter en de hoogte 1,00 meter. Aan de oostkant, de kant van de Geldelozeweg, was een sleuf in het metselwerk aanwezig met op het gewelf een muur. Oorspronkelijk is aan de andere kant van de sleuf ook een muur aanwezig geweest, maar deze is in het verleden al weggebroken. In de sleuf tussen de twee muren kon een houten schot worden neergelaten. We hebben dus te maken met een eenvoudig sluisje, waardoor water van de ene kant van het Keern naar de andere kant kon worden geloosd.

Van oudsher is het Keern een waterscheiding. Ten oosten lag de Oosterpolder en ten westen de Westerpolder. Deze situatie kunnen we zien op een plattegrond uit circa 1560. We zien hierop het Keern met bebouwing aan de westzijde. Achter deze bebouwing loopt een sloot, die nu nog steeds aanwezig is. Aan de oostkant van het Keern lag ook een sloot. Aansluitend liep een sloot langs de noordzijde van de Geldelozeweg. Op de kaart is te zien dat die sloot onder het Keern doorloopt. Aangezien het Keern een dijkje en waterscheiding was, moet in deze tijd al een sluisje aanwezig zijn geweest.

De teruggevonden duiker met sluisje dateert waarschijnlijk uit de 17de eeuw. Het is onbekend wanneer deze buiten gebruik is gesteld. Bij de afbraak zijn enkele gaten in het tongewelf gehakt om het gewelf op te vullen met grond.

Bij de aanleg van de riolering en verharden van de zandlagen onder de weg kon het gewelf helaas niet behouden blijven. Het gewelf is eraf gebroken en alles is weer met zand afgedekt.