Afgelopen week is het boek ‘The Patriot behind the pot’ uitgekomen, geschreven door onze collega Wytze Stellingwerf.

The Patriot behind the pot.

De ‘patriot achter de pot’ is een treffende titel voor een studie die zich bezig houdt met de materiële neerslag van politieke identiteit in het ‘revolutietijdperk’. De strijd tussen patriotten en Orangisten werd immers niet alleen gevoerd in kranten, pamfletten en in spotprenten, maar politieke voorkeur werd ook geuit met theekopjes met het portret van stadhouder Willem V en keeshonden en stedenmaagden op borden en schotels. De titel is ook treffend omdat het een verbinding legt naar het grote debat ‘The Indian behind the pot’ dat vooral in de Amerikaanse (historische)archeologie gevoerd is. In de scriptie wordt hier op passende wijze aan gerefereerd.

Stellingwerf geeft een passende samenvatting van politieke gebeurtenissen en verbindt dat met de gebezigde beeldentaal op hun uiting kregen in de dagelijks leven. Schijnbaar moeiteloos en en passant wordt voorzien in verfijnd overzicht van de categorie aardewerk ‘industrieel ceramiek’, waar maar weinig archeologen hun vingers aan durven te wagen. Stellingwerf heeft dan vooral zijn licht moeten opsteken in internationale, kunsthistorische studies en bij buitenlandse experts. Niet alleen de verwerking van de historische en kunsthistorische literatuur is uitstekend, nog interessanter is dat er zowel een omvangrijke politieke getinte voorwerpen uit antiekcollecties (300+ objecten) als archeologische collecties is samengebracht. Het hoofdstuk over betekenis van de beeldentaal van keeshonden en stedenmaagden wordt dan ook uitstekend onderbouwd. Hij legt ook verbindingen tussen de verschillende disciplines. Met verwijzing naar de historisch documenten De Delftsche Stok (1780) en Bericht wegens een vaderlandsch tafelserviers (1783) toont hij eerst dat in patriotistische kringen de consumptie van Engelse ceramiek werd afgekeurd. Zijn inventarisatie van politieke voorwerpen laat dat theorie en praktijk ver uit elkaar lagen. De leus “Voor vrijheid en vaderland” van de patriotten werd veelal op Engels creamware gedrukt. Interessant is ook te zien dat Orangistische objecten beduidend vaker, bewaard zijn gebleven in antiekcollecties dan die van hun tegenhangers.

Een minstens even sterk deel van de scriptie is dat een set van elf goed gekozen vondstcomplexen met elkaar worden vergeleken. De Patriot achter de pot is methodisch uitstekend van opzet, inter- in plaats van multidisciplinair (archeologie, geschiedenis en kunstgeschiedenis en erfgoed) en is voor een ‘Nederlands’ onderwerp opvallend internationaal georiënteerd. Last but not least, het boek is voorbeeldig vormgegeven. De afbeeldingen zijn meer zijn dan een illustratie. Niet alleen vanwege de goede onderschriften, maar ook omdat het infographics zijn. De studie ‘De patriot achter de pot’ is een grote aanwinst voor de (internationale!) historische archeologie en verdient integrale publicatie.

Het boek is verkrijgbaar via SPA uitgevers.